Het Stadsklooster

Het Stadsklooster is een plek waar kerkelijke en maatschappelijke spiritualiteit bij elkaar komen. Uiteenlopende initiatieven, kerkgemeenschappen, gemeente, instellingen werken daarin samen. Ze leren van elkaar, versterken elkaar, gebruiken elkaars expertise, maar vooral: zij bieden plek en ruimte aan het gedeelde verlangen. Met het Stadsklooster sluiten we aan bij de oeroude en tegelijkertijd telkens weer nieuwe revitaliseringskracht van kloosters en monastiek geïnspireerde initiatieven. We stellen
maatschappelijke initiatieven in de gelegenheid om gebruik te maken van de traditie van spiritualiteit, verdieping en vernieuwing. En we bieden de (moeder-)kerken de gelegenheid om zichzelf te vernieuwen door hun kerkelijke spiritualiteit te staven aan maatschappelijke spiritualiteit. Een moderne laura in een breed Nijmeegs landschap.

Zoals het de intentie van het Stadsklooster is om verbinding aan te gaan met maatschappelijke initiatieven, zo is het ook de uitdrukkelijke wens van het Stadsklooster om verbonden te zijn met de (moeder-)kerken. Het Stadsklooster werkt dus in zelfstandigheid én verbondenheid.

Het beeld van de laura en de ecclesioscapes wijst daarbij op een nieuwe positie van de kerken. Op spiritueel gebied ligt het primaat niet meer bij hen, maar maatschappelijke en kerkelijke initiatieven geven sámen vorm aan het landschap. De rol van het Stadsklooster is om een brug te slaan tussen maatschappelijke en kerkelijke spiritualiteit. Verschillen zullen blijven, in cultuur, nestgeur, religieuze of niet-religieuze duiding, maar sámen vormen zij één laura.

De naam Stadsklooster Mariken

We kiezen als naam: ‘Stadsklooster Mariken’. Mariken enerzijds omdat zij voor de stad Nijmegen staat en we willen er voor de stad zijn. Anderzijds is Mariken in haar tijd een boegbeeld van emancipatie en van seculier denken. Het boek met haar verhaal verschijnt in 1518, kort nadat Maarten Luther in Duitsland de strijd is aangegaan met de alles overheersende kerk. Wat in haar verhaal als ‘omgang met de duivel’ wordt neergezet, wordt door historici gezien als het doorbreken van de (toen nauwe) kerkelijke grenzen. Dit is precies wat we met het stadsklooster ook beogen: het zoeken naar God, het zoeken naar het overstijgende zonder grenzen tussen het kerkelijke en het wereldlijke.