Zo kende ik mij nog niet

Zo kende ik mij nog niet

Matteüs 17, 1-9, Klein Hooglied

Verliefd zijn. Misschien is dat voor velen van ons lang geleden en heeft de verliefdheid intussen plaats gemaakt voor een doorleefde liefde. Maar ook in een liefde die tot rust is gekomen en diep verankerd is geraakt gebeurt het wel eens dat zij opeens weer oplicht. Dan is het net als bij Jezus op de berg, dat de ander opeens weer helderder straalt dan anders. Dat hij of zij oplicht en dat jij het weer warm krijgt.

Maar verliefd worden is niet gebonden aan leeftijd. Je kan ook als je ouder bent nog net zo verliefd raken als een puber. En zelfs wanneer het einde van je leven al af en toe om de hoek komt kijken, kan je nog net zo hoteldebotel worden. ‘Wie had dat ooit gedacht dat het mij zou overkomen?’ Wie had ooit gedacht dat het Winnifred en Karel zou overkomen? Hadden jullie het zelf gedacht? Natuurlijk hebben jullie allebei dat al eerder in jullie leven mogen meemaken. Jij, Karel, samen met Annemiek, en jij, Winnifred, in een liefde die helaas de diepte miste om te kunnen duren.

En opeens is de liefde er weer. Jullie hebben elkaar leren kennen. Opeens komt het weer boven uit een bijna vergeten geheugen: ‘Zo kende ik mij nog niet / ik ging mijzelf herkennen. / Zo mooi als jij me ziet / toen ik me zoenen liet / dat is wel even wennen.’ — Opeens is er iemand die helderder straalt dan de andere mensen. En opeens is het alsof jijzelf ook helderder straalt. ‘Zo kende ik mij nog niet.’

Zo kenden zij hem nog niet. Petrus, Jakobus en Johannes zijn met Jezus op de berg geklommen. En plotseling verandert Jezus van gedaante. Zijn gezicht en zijn hele lichaam stralen van het licht. En in dit licht zien zij Mozes en Elia verschijnen. Mozes die hen door de woestijn naar het beloofde land heeft geleid; en Elia die volgens het geloof nooit gestorven is maar ten hemel opgenomen en als messias terug zal keren om het koninkrijk van God op te richten.

In plaats van ‘ik houd van jou’ zeggen de Vlamingen: ‘ik zie je graag’. En dan zie je de ander niet alleen van buiten, maar je ziet ook de zielsverwantschap, de liefde, de warmte, de geborgenheid. Je ziet dat je door de ander een beter mens wordt, en je ziet dat jullie liefde ook in de ander zoveel goeds naar boven zal halen. Petrus, Jakobus en Johannes zien degene die hen naar de hemel heeft gebracht, en ze zien degene die opnieuw de hemel naar hen toe zal brengen.

Laten we drie tenten opslaan. Want hier willen we zijn, hier in de hemel willen we vertoeven. Karel en Winnifred hebben hun tenten bij elkaar opgeslagen, want door jullie liefde licht de hemel oogverblindend op. Het licht is zo sterk dat het zelfs de donkere stukken op jullie weg lichter maakt.

En dat jullie je huwelijk vanochtend hier in het hart van het Stadsklooster willen vieren, hier in onze gemeenschap waar jij, Karel al zo lang actief bent en waar jij, Winnifred, je zo welkom voelt, ook al vind je zelf dat je niet gelooft. Door jullie huwelijk is het alsof ook onze eigen oude liefdes weer opnieuw beginnen te stralen.
Met Petrus, Jakobus en Johannes staan wij in een nieuw licht. Zo moge het zijn.

Ekkehard Muth, 8 maart 2020