Ware wijnstok

Ware wijnstok

Johannes 15, 1-8 Ware wijnstok

Dit is de lezing waar ik aan mijn ‘heimat’ moet denken. Overal wijngaarden, en omdat het heuvelachtig is noemen we het wijbergen. Het enige nadeel is dat het in het voorjaar heel lang duurt voordat er een beetje groen te zien is. Terwijl overal het frisse groen tevoorschijn komt, heeft de wijnstok toch meer warmte en zon nodig om ook uit te lopen. Maar als die eenmaal begint dan is er geen houden meer aan. Dan kan je de ranken bijna zien groeien en algauw komen ook de druiven tevoorschijn. In de loop van de zomer groeien ze uit tot volle sappige trossen, en gretig nemen ze elke zonnestraal op om de wijn zoeter en smaakvoller te maken.

Een interessante bijkomstigheid is ook wat het met de mensen doet als je leeft en werkt in een omgeving waar alles gericht is op een product wat het leven licht maakt en sprankelend. Ik heb het al eerder verteld: in vergaderingen van de kerkenraad of van het parochiebestuur wordt geen koffie geschonken, maar staat er een glas wijn op tafel. De wijnboeren in onze kerkenraad spraken onderling af wie de volgende keer wijn moest meebrengen. En omdat niemand wilde onderdoen voor de ander brachten ze natuurlijk altijd hun beste wijn mee. Vaak was het zo dat naarmate de vergadering vorderde dat zelfs moeilijke agendapunten steeds makkelijker afgehandeld konden worden.

Als je zo met wijn bezig bent, dan begrijp je heel goed wat Jezus bedoelt met zijn uitspraak ‘ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.’ Je beseft dat je afhankelijk bent van allerlei factoren: de grond, de hoeveelheid regen, de hoeveelheid zon. Maar je moet ook zelf creatief zijn, het is ook aan jou dat de ranken vrucht dragen, en het is ook aan jou dat je er goede wijn van maakt.

Misschien heeft u op tv ‘Onze Boerderij in Europa’ gevolgd, waar Yvon Jaspers met de boeren uit ‘Boer zoekt vrouw’ in een oude SRV-wagen op reis gaat naar collega-boeren in het buitenland. Half maart veerde ik opeens op, want toen reden ze opeens door een landschap wat ik herkende. En ja, ze kwamen aan in Biebelnheim, een dorpje op een steenworp afstand van waar ik zelf woonde. Daar bezochten ze boerin Hanneke die samen met haar Duitse man een modern wijnbouwbedrijf runt. Als specialiteit, toepasselijk in deze week van koningsdag, hebben ze Oranjewijn. Ik denk dat ik de volgende keer als ik weer in mijn geboortestreek ben er een keertje langsga om die oranjewijn te proeven. – Boerin Hanneke vertelde dat zij de wijnstok een heel jaar lang ‘begeleidt’. Je bent als boer afhankelijk van wat je door de natuur gegeven wordt, maar het is aan jou om voor de ranken te zorgen, en het is jouw verantwoordelijkheid wat je er voor wijn van maakt. ‘Ik ben de wijnstok maar júllie zijn de ranken’.

Onze vriend Rainer is ook wijnboer. Elk jaar schrijft hij een brief aan zijn klanten. Hij is niet zo’n schrijver, en ik weet dat hij daar soms wekenlang tegen aan hikt. Maar dan weet hij elke keer toch weer goed te verwoorden hoe het zit. En zonder dat hij daarbij aan ons evangelie denkt schrijft hij toch wat het betekent: ‘ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.’

De afgelopen jaren schrijft hij vaak dat het eigenlijk te droog was, maar dan kan hij vertellen dat de wijnstokken toch zo diepe wortels hebben dat zij ondanks de droogte toch voldoende water konden vinden. – Is het misschien daarom dat ik soms het idee heb dat gelovige mensen toch beter kunnen volhouden? Omdat je leeft met wortels die dieper reiken dan je eigen wortels?

En dan schrijft hij weer over de zon die soms teveel en vaak te weinig scheen, maar dat de druiven met het licht wonder boven wonder toch voldoende suiker konden aanmaken om de wijn smaak en kracht te geven. – Vraag je je soms ook af waar je toch de kracht vandaan haalt om te dragen wat je moet dragen? En ben je niet soms ook verwonderd over hoe je het toch allemaal weer klaarspeelt? Soms lijk je wel een rank aan de wijnstok die kronkelend in allerlei bochten toch weer houvast vindt en groeit. Verwonderd kijk je dan naar de vruchten die je voortbrengt. En vaak kan je het niet meteen zien, dan is het namelijk zoals bij de wijn, dan moeten de druiven eerst gisten en rijpen. En soms proef je pas jaren later dat de druiven aan jouw rank overheerlijke wijn zijn geworden.

Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Dat we goede wijn mogen worden.

Ekkehard Muth, 2 mei 2021