Wachten op het licht

Wachten op het licht

Marcus 1, 1-8, Jes 40, 1-9 2e advent

Als je een verhaal wilt vertellen – of als je een overweging wilt houden – dan is het altijd de vraag: hoe kan je het beste beginnen? Hoe kan je zo beginnen dat je toehoorders meteen het verhaal kunnen induiken.

Vandaag zou ik kunnen beginnen bij de bakkersdochter. De bakkersdochter Margarita Luti uit een Romeinse volkswijk heeft namelijk model gestaan toen Raffaël zijn Maria schilderde met Jezus en Johannes op haar schoot. Het verhaal gaat dat de bakkersdochter de minnares was van Raffaël, in ieder geval komt zij op verschillende schilderijen terug. Bijvoorbeeld ook als de zogenaamde Sixtijnse Madonna. De meesten van ons kennen waarschijnlijk de twee engeltjes die aan de onderkant van het schilderij een beetje uit het raam lijken te leunen.

Raffaël was zo verliefd op de bloedmooie Margarita dat hij meer de lichamelijke schoonheid van de bakkersdochter schilderde dan een eventueel verheven geestelijke schoonheid van Maria. En daardoor bereikte hij een effect waar de theologie tot dan toe nog niet aan had gedacht: nooit eerder werd Maria op een zo aantrekkelijke en natuurlijke manier weergegeven. Wie de bakkersdochter op de schilderijen zag, kon zomaar verliefd worden op Maria of zich er tenminste mee vereenzelvigen. Op die manier werd Maria weer wie ze ooit was, namelijk een meisje uit het volk. En met haar werden Jezus en Johannes jongetjes uit het volk. Zo werd God echt mens, heel dichtbij, één van ons.


Ik zou ook kunnen beginnen zoals Marcus zijn evangelie begint. Weet je nog, zegt hij, weet je nog toen onze voorouders zo’n 500 jaar geleden in de verdrukking zaten? In de Babylonische ballingschap. Weggevoerd uit Sion, weggevoerd uit het land wat toch het beloofde land had moeten zijn. Rechteloos, gekoeioneerd, slaven van hun onderdrukkers.
En weet je nog toen we op een gegeven moment weer hoop kregen. Weet je nog toen er opeens weer licht kwam? ‘Vreugdebode Sion, verhef je stem, vrees niet: Ziehier jullie God! Baan een weg door de woestijn voor onze God, effen in de wildernis een pad. Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd.’ En weet je nog hoe wij zo uiteindelijk zelf de ‘vreugdebode van het licht’ werden?
Ja, dat weten we nog goed, dachten de mensen toen, en als we er nu aan denken dan is het alsof we opnieuw hoop krijgen en moed. En Johannes wist dat ook nog. Hij wist het al toen hij samen met Jezus bij Maria op schoot zat: Jezus was degene die komen zou. En hij, Johannes, zou zijn vreugdebode worden, de vreugdebode van het licht. Hij ging dan ook inderdaad de woestijn in om daar een weg te bereiden. En daar in de woestijn riep Johannes de mensen op om alle hobbels weg te nemen door zich te laten dopen. Verhoog de dalen, verlaag de bergen en word zelf vreugdebode van het licht.
Zo steken we in onze corona-ballingschap vandaag op de adventskrans het tweede lichtje aan. In de ballingschap van je ziekte, in de ballingschap van je zorgen, in de ballingschap van je eigen beperkingen en tekortkomingen steken we vandaag koppig een kaarsje aan, het tweede alweer. Misschien doen we het net als Johannes samen met Jezus bij Maria op schoot. Zoals hij op het schilderij de lichtflitsjes op het hoofd van Jezus ziet, zoals hij toen al weet: ik ga voor hem de weg bereiden, zo voelen ook wij dat het niet donker kan blijven.
Is dat nu hoop, is dat vertrouwen? Misschien is het geloof, diep van binnen ingegeven alsof we zelf ooit samen met Jezus bij Maria op schoot hebben gezeten. Een diep weten dat het licht zich onophoudelijk een weg baant. Dat de donkere dalen verhoogd worden en aan het licht komen, dat de bergen verlaagd worden zodat ook al het aller vroegste licht ongehinderd kan stralen.
Misschien is het ook ergens het besef dat Raffaël gelijk had. God wordt geboren uit een gewoon meisje uit het volk. Voordat je er erg in hebt ben jijzelf de bakkersdochter en kan je hem bij wijze van spreken zelf op schoot wiegen. Of je kan hem zomaar in je geliefde zien stralen, zo helder dat je hem of haar het liefste zou schilderen.
Of een beetje vromer gezegd: Dan word je een beetje als Johannes. En ook al zit je in de woestijn, en ook al zit je in je ballingschap, toch zie je het licht al aankomen.
Vol vertrouwen steken we vandaag het tweede kaarsje aan. Mogen we vreugdebode worden van het licht.

Ekkehard Muth, 6 december 2020