Kloosters staan volop in de belangstelling. De gastenverblijven van de kloosters puilen uit, klooster-glossy’s geven een inkijk in de wondere wereld van de clausuur, de boeken van Anselm Grün, Thomas Quartier e.a. even menigeen diepte aan het bestaan, managers proberen op kloosterretraites oog te krijgen voor de diepere waarden in het leven. En  onder het genot van een kloosterbier speurt menigeen naar de kloosterling in zichzelf. Dit is geen toeval. Hoe vaak waren namelijk kloosters niet de redding van de samenleving, als bakens van beschaving, toevlucht voor zieken, bewaarders van kunst en wetenschap, plekken van scholing, opleiding en daarmee ook van emancipatie? En hoe vaak waren de kloosters niet ook de redding van geloof, of, om het maar niet religieus te zeggen, van het besef van een overstijgend perspectief?