Mijn geliefde had een wijngaard

Mijn geliefde had een wijngaard

Matteüs 21, 33-43 Jesaja 5, 1-7

In de middeleeuwen, toen je nog geen kranten had, laat staan radio of internet, toen werd het nieuws verspreid door zangers. Die trokken door het land, en op markten en kermissen zongen ze dan over belangrijke gebeurtenissen ver weg en dichtbij. En sommige van die liederen bleven bestaan, omdat men zich wilde blijven herinneren, of ook omdat het gewoon mooie liederen bleken te zijn. Ons Wilhelmus is daarvan een voorbeeld. Het vertelt over een stuk uit onze geschiedenis wat al lang vervlogen is, en toch is het zo belangrijk dat het ons tot op de dag van vandaag bepaalt. En het is ook nog eens een mooie compositie.
Zo’n lied is ook onze lezing uit Jesaja. ‘Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond.’ Het is maar de vraag of dit lied over een ware gebeurtenis vertelt. Maar de beelden die het oproept, die gelden nog steeds. ‘Mijn geliefde had een wijngaard’, met die paar woorden maakt Jesaja meteen alle beelden wakker van het paradijs en het koninkrijk van de hemel: Liefde, volle rijpe druiven, wijn, vruchtbaarheid, leven in volheid, feest… Hoe stel jij je het paradijs voor? Stel je zou de hemel willen beschrijven, en vooral, stel je zou willen beschrijven wat voor jou de hemel op aarde zou zijn? – Die beelden, die wil Jesaja hier oproepen.
Omdat die beelden eeuwig zijn, zingt zo’n 700 jaar later ook Jezus ‘mijn geliefde had een wijngaard’. En net als Jesaja en net als wij weet hij ook dat het niet allemaal over rozen gaat. De wijngaard brengt geen vrucht, alleen maar wrange druiven. Jesaja hoeft maar de actualiteit van zijn tijd erbij te pakken. Zijn land, Juda, zat in een soort koude oorlog en zocht zijn heil bij foute bondgenoten. ‘Hij verwachtte veel van zijn wijngaard’ zingt Jesaja, ‘hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting maar oogstte rechtsverkrachting.’
En Jezus stemt daar helemaal mee in. Zo zal het ook in zijn actualiteit gaan. Ze zullen zelfs de zoon niet sparen. En als je een beetje bekend bent met de christelijke traditie dan weet je dat hij op zichzelf doelt.

En zelfs nu, 2000 jaar klinkt in het lied van Jesaja ook onze actualiteit van vandaag de dag door. Wrange druiven terwijl we net als de landheer zo ons best hebben gedaan. Velen van ons zijn binnen gebleven, we doen hier in de kapel er alles aan om zo veilig mogelijk bij elkaar te komen, en nog komen velen van onze gemeenschap liever niet omdat zij voorzichtig willen zijn. We hebben op allerlei gebieden offers gebracht: onze ouderen in het verpleeghuis alleen gelaten, niet de kleinkinderen geknuffeld. Velen van ons zien hun werk verdampen en hun baan staat op de tocht. – En nog brengt de wijngaard niet de vruchten waar we op gehoopt hadden. De muren van de wijngaard, de muren die we opgetrokken hebben tegen het virus lijken wel afgebroken.
Jezus zingt dan ook verder, ‘Wanneer de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met de wijnbouwers doen?’ – Jesaja legt de schuld gewoon bij zijn eigen volk van Juda. Maar zo eenvoudig is dat bij ons niet. Het virus is natuurlijk geen verzinsel van God om ons te straffen voor wat we verkeerd doen. Maar door de bril van het virus heen kunnen we scherper dan ooit zien waar we in onze samenleving wellicht op de verkeerde bondgenoten wedden. Kijk alleen maar naar het feit dat het leeuwendeel van ons geld niet naar de zorg gaat. – Geen angst, ik noem het rijtje niet verder op, dat kunt u intussen zelf ook dromen. –
Maar bij Jezus krijgt het lied van Jesaja opeens een onverwachtse wending. Jezus pakt er namelijk een ander lied bij, psalm 118, ‘de steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden.’ Ze kunnen de knechten afranselen zoveel als ze willen, ze kunnen zelfs de zoon doden, maar God laat zich zijn visioen niet ontnemen. ‘Mijn vriend had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond’. Liefde, volle rijpe druiven, wijn, vruchtbaarheid, leven in volheid, feest… – daaraan houdt hij vast, daar moet het naartoe gaan.
Wat moet hij dan doen? Hij blijft zijn droom gewoon volgen. Crisis of geen crisis, tegen alle weerstand in blijft hij vasthouden aan zijn verlangen naar een wereld die beeld en gelijkenis is van de hemel. Hij houdt gewoon stug vol. Zoals jij ook volhoudt, bijvoorbeeld als je mantelzorger bent. Zoals ook jij telkens weer je grenzen verlegt als de ziekte steeds meer haar tol eist, zoals ook jij alles geeft voor je geliefde. Zo geeft ook God alles voor zijn geliefde wijngaard.
‘Mijn geliefde had een wijngaard’, laten we meezingen, laten we blijven dromen van de wijngaard, laten we volhouden. ‘Doe zoals de trekkers onderweg’, zegt Augustinus, ‘zing onder het lopen. Verlicht de inspanning door te zingen.’ Wie weet wordt er ooit aan het lied van Jesaja en Jezus, misschien wordt er ooit aan ons lied een corona-couplet toegevoegd, en zingen we dan vol verwondering dat de landheer gelukkig volgehouden heeft. En wij met hem.

Ekkehard Muth, 4 oktober 2020