Dragers van het licht

Dragers van het licht

Matteüs 25, 1-13

Je gaat niet trouwen als je er niet met heel je hart voor gaat. Je gaat niet trouwen als de olielamp van je liefde maar halfvol is. Het huwelijk tussen de kerk als bruid en Christus als bruidegom komt niet tot stand als we er maar halfslachtig voor gaan. In het Duits zeg je ‘halbherzig’, dus met een half hart. Het koninkrijk van God, een nieuwe wereld waar God en mensen als een oud stel één zijn komt er niet als je er maar met een half hart voor gaat.

De corona-crisis bezweer je niet met halve maatregelen. En het lukt al helemaal niet wanneer mensen denken dat zij zich er met een halfvolle olielamp van af kunnen maken. En ja, net als bij de meisjes duurt het nu langer dan we gehoopt hadden. De opwinding van de eerste golf, van we gaan ervoor, we komen er wel doorheen, kijk onze zorghelden, en kijk hoe we zelf ons best doen om het virus te bestrijden, die opwinding heeft intussen plaats gemaakt voor vermoeidheid. We zijn moe en net als de meisjes dommelen we in. Geen spectaculaire ideeën meer, laat me maar weer wakker worden als het overgewaaid is.

Op hervormingsdag heeft minister-president Mark Rutte de jaarlijkse Protestantse lezing gehouden. Daarbij beklemtoonde hij opnieuw hoe de kerken en de kerkgemeenschappen mee helpen om de crisis door te komen. Om maar met de woorden uit ons evangelie te spreken: hoe wij het licht brandende houden, hoe wij het licht bewaren, hoe wij dragers zijn van het licht.

Het is makkelijk om fan te zijn van een voetbalclub zolang die aan de winnende hand is. Maar als het succes wat minder wordt, dan zie je vaak dat ook het aantal fans minder wordt. Dan gaan hun lampen uit. Maar de echte fans blijven trouw. Op het moment dat hun club degradeert kopen ze juist seizoenskaarten en doen ze nog meer hun best om de spelers aan te moedigen. Op het moment dat het erop aankomt vullen zij hun lampen bij.

Als het succes op zich laat wachten, als het einde van de crisis op zich laat wachten, als in ons evangelie de bruidegom op zich laat wachten, hoe houden wij het licht brandende, hoe bewaren wij het licht?

Ik durf hier te beweren dat je als gelovig mens meer olie hebt dan je misschien denkt. Naast de olie in je halfvolle lamp heb je altijd ook een extra voorraad olie. Augustinus laat ons die voorraad zien wanneer hij zegt: ‘keer terug naar je hart en zie in het beeld de Schepper ervan.’ Je hart, dat is niet alleen de moed en de liefde de jijzelf kunt opbrengen, nee, je moed komt altijd ook voort uit de kracht die je mag ontvángen, en je liefde is altijd ook de afspiegeling van de liefde waarmee God van jou houdt. En jijzelf, jij bent niet alleen dit biologische wezen met al je talenten en vaardigheden, en ook met al je nukken, jij bent niet alleen wat je kunt, en wat je niet kunt, jij bent niet alleen wat jezelf of wat anderen van je vinden – nee, jij bent altijd en vooral beeld en gelijkenis van God.

En ook ben je aan het indommelen, ook al brandt je licht maar met halve kracht, ook al klopt er bij jou op dit moment nog maar een half hart, dan nog is je hart het beeld van de Schepper ervan; dan nog wacht je lamp om weer hoger gedraaid te worden.

Afgelopen week hebben we Allerzielen gevierd. We hebben lichtjes aangestoken voor onze overledenen. Komende week vieren we Sint Maarten; misschien dit jaar niet met grote lampionnen-optochten, maar laten we zelf zo’n lampionnetje zijn om licht te brengen. En nu de nacht langer duurt dan we dachten, nu in het evangelie het bruiloftsfeest op zich laat wachten – laten we het licht bewaren.

Laten we erop vertrouwen dat ons meer olie gegeven is, dat ons meer kracht en liefde gegeven is dan we zelf zouden kunnen opbrengen. Laten we daarom niet zoals de dwaze maagden halfslachtig worden, niet ‘halbherzig’, maar laten we zelf de wijze maagden zijn. Mogen we met heel ons hart het licht brandende houden. Laten we van ganser harte het licht bewaren. Dat we met heel ons hart dragers zijn van het licht.

Ekkehard Muth, 8 november 2020