De vreemde ander

De vreemde ander

Exodus 22, 20-26 ; Matteüs 22, 34-40

De vreemdeling toen en nu

De vreemdelingen in ons midden zijn meestal vluchtelingen die op de vlucht zijn voor oorlog, maar het kunnen ook mensen zijn die op zoek zijn naar een beter leven, mensen die hun armoede ontvluchten. In de Nijmeegse wijk Lindeholt hebben bv. heel wat Viëtnamese bootvluchtelingen een nieuw thuis gevonden en daar heeft de parochie o.l.v. de onlangs overleden medebroeder augustijn Wim Sleddens veel aan meegeholpen.

Maar in onze jaren zien we vluchtelingen op de eerst plaats niet langer als mensen die een probleem hebben, maar als mensen die een probleem zijn. En dat komt vooral door islamitische terreur, zoals onlangs weer in Parijs. Tegen zulke terreurdaden moet hard worden opgetreden. Tegelijkertijd hoop ik dat onze reacties niet uit de bocht vliegen in die zin dat we alle mensen uit de Islam gaan haten. Dat zou tegen de waarden zijn die de bijbel ons vandaag voorhouden.

Gelijke rechten
‘Bedenk dat je zelf vreemdeling bent geweest in Egypte’. Naar ons toe gezegd betekent dat: ook al woon je in een welvarend land, houdt voor ogen dat dit niet vanzelfsprekend is. Met lege handen kwam je ter wereld. Wie je geworden bent dank je vooral aan anderen: je ouders, of mensen die voor je waren als een vader en moeder; die onderwijzer ook, die pastor, die vriend, die vriendin… En als je woont in een land met gelijke rechten voor iedereen, moet je de vreemdeling ook die rechten gunnen. Naast de vreemdelingen worden in het boek Exodus nog twee andere groepen genoemd: weduwen en wezen. Ze delen een gemeenschappelijk gemis: de naaste, de meest nabije medemens. — De vreemdeling mist zijn volk — de weduwe haar levensgezel — de wees zijn ouders.

De bijbel roept ons op om het leven voor deze mensen niet moeilijker te maken dan het al is, integendeel, schiet hen te hulp!

Wij en zij
Fratelli tutti: in zijn nieuwe encycliek zegt paus Franciscus dat we allemaal bij elkaar horen, verdeel de wereld niet in een wij en een zij. Maar laten we eerlijk zijn, wie van ons kost het geen moeite om met een vreemde ander om te gaan? En dan bedoel ik niet alleen maar iemand uit een andere cultuur met een andere godsdienst en een andere kleur, maar ook dat zonderlinge type, die wat afwijkende persoon? Misschien lukt het je wel even hem of haar aan te spreken, maar als het meer van je gaat kosten? En wie zet zijn kinderen graag op een school met overwegend buitenlandse kinderen of kinderen uit een achterstandswijk? En laat die buitenlanders maar in de voorsteden wonen en wij hier! Maar: hoe voorkom je dan dat het wij-zij denken leidt tot angst voor die vreemde ander, tot pestgedrag, tot discriminatie?

Ik: een vreemde voor de ander
Heb je jezelf weleens een vreemde gevoeld trouwens? Misschien wel toen je pas verhuisd was, je kende geen mens en de omgeving was je niet vertrouwd, je leefde vooralsnog in een soort niemandsland…. Misschien wel toen je merkte dat mensen je niet begrepen omdat je anders was dan de meesten: religieus, verlegen, introvert, homo, lesbisch… Pas als je zelf hebt meegemaakt dat mensen jou weleens vreemd vinden, zul je ook het vreemde van de ander eerder tot je toelaten. En het vreemde van God? Want Hij is niet altijd even lief. Hij kan in woede ontsteken als mensen misbruik maken van elkaars kwetsbaarheid. Degene die zich verrijkt over de rug van anderen kan Hij wel uitspuwen. Recht doen aan mensen, daar hoopt hij op.

Het vreemde met elkaar delen
Dat hoor ik ook terug in het antwoord van Jezus op de vraag van de farizeeën en schriftgeleerden naar wat het grootste gebod is: ‘God liefhebben met alles wat in je is en de naaste als jezelf.’

1) God liefhebben: niet alleen de vertrouwde lieve Heer, maar ook God als ‘der ganz Andere’ ( Karl Barth, protestants theoloog);
2) de naaste liefhebben: niet alleen je eigen vertrouwde clubje, maar ook ‘de vreemde naaste.’

En dat zal je beter lukken naarmate jij je realiseert, dat je zelf net zo goed een vreemde bent voor de ander. Jij en de vreemde ander zijn naar hetzelfde beeld van God geschapen. Zonder naïef en kritiekloos te zijn naar extremisten van welke kleur ook, vraagt het voornaamste gebod dat we elkaar blijven zoeken en zien en dat we ons over elkaar ontfermen. Een geweldloze ontmoeting tussen jou en de vreemde ander begint met het aankijken van die ander, een goede dag, het noemen van de ander bij zijn naam. In deze kijk op het menselijk samenleven staat de broederlijkheid voorop: fratelli tutti. En het woord ‘fratelli’ houdt ook de ‘zusterlijkheid’ in, het is een eenheidswoord te vergelijken met het duitse ‘Geschwister’. Fratelli tutti gaat over een samenleving waarin Gods eigen droom werkelijkheid wordt: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.

Joost Koopmans osa, 25 oktober 2020