Lucas 9, 28-36 Genesis 15, 5-12; 17-18 2022

 

‘Laten we drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes, en een voor Elia.’ Petrus heeft door dat zij getuige zijn van een glimp van de hemel op aarde. ‘Meester, het is goed dat we hier zijn’, zegt hij, met andere woorden: hier is het goed, hier komen hemel en aarde bij elkaar, de drie grootste brengers van het licht bij elkaar. Laten we hier drie tenten bouwen, tenten van licht.

Wat verlangen wij naar licht in deze donkere tijd. In ons evangelie komt al gauw een donkere wolk aandrijven die hen et zicht ontneemt. En wij zitten onder de donkere wolk van de oorlog.

Maar uit die wolk klinkt wel een stem: ‘Dit is mijn zoon, mijn uitverkorene, luister naar hem!’ – En wij luisteren naar hem, we geven ruimhartig voor de vluchtelingen, je hebt misschien spullen meegebracht die naar de vluchtelingen toe gaan, of je hebt op andere manieren gedoneerd. Je demonstreert misschien elke dag om 5 uur en in het weekend om 11 uur voor de vrede. En in ieder geval bid je dat het geweld moge ophouden. – Misschien hebben we het niet zo door, maar op die manier bouwen wij tenten van licht. ‘Laten we drie tenten opslaan’, tenten van licht.

Petrus, Johannes en Jakobus zien hoe Jezus opeens straalt in het licht, en bij Jezus zien zij Mozes en Elia staan. Mozes, die ooit geroepen werd uit het licht van het brandend braambos, en die zijn volk veertig jaar lang geleid heeft door de woestijn naar de vrijheid in het beloofde land. En Elia, de grootste en moedigste van de profeten, maar die daarvoor met de dood bedreigd wordt. Hij vlucht de woestijn in om te sterven, maar daar wordt hij tot drie keer toe wakker en vindt vers brood en een kruik water. Sta op en ga verder op weg naar het licht. En aan het eind van zijn leven wordt hij ten hemel opgenomen, in het licht. Volgens het geloof zal hij terugkomen om de weg voor de messias te bereiden. – Op die berg staan dus de drie grote brengers van het licht bij elkaar.

Ons evangelie is een groot mythologisch verhaal, Petrus beseft dat hem een groot visioen gegeven is van het heil en van het licht waarvoor God ons allemaal bestemd heeft. En waarschijnlijk is hij zich er ook van bewust dat dit visioen de voortzetting is van het visioen dat eeuwen geleden Abram in zijn droom heeft mogen schouwen.

Ook Abram schouwt het licht. ‘Kijk eens naar de hemel,’ zegt God tegen Abram, ‘en tel de sterren als je dat kunt. Zo zal het ook zijn met je nakomelingen.’ Ook hier een mythisch verhaal. Abram moet van alle dieren die men toen at er eentje slachten. Opengesneden liggen ze voor hem. Het doet wel denken aan de ingewandenschouw in archaïsche natuur-godsdiensten, waar mensen probeerden in de ingewanden de toekomst te lezen. Maar zoals de helften van de dieren bij elkaar horen, zo horen ook God en mensen bij elkaar. Tot in de middeleeuwen hebben ook wij hier bij ons kerfstokken gebruikt die doormidden gebroken werden. Zoals de helften precies op elkaar aansloten, zo waren de beide partijen met elkaar verbonden.

En in zijn visioen ziet Abram dat God een onverbreekbaar verbond sluit met zijn mensen. Daar kunnen ook de angstdromen van Abram niets aan af doen. Ook al komen er donkere wolken van 400 jaar slavernij in Egypte en van 40 jaar in de woestijn, toch zal het gaan als in zijn visioen: Abram ziet een rokende fakkel tussen de offerdieren doorgaan. Precies zoals later bij de uittocht God overdag in een rookkolom achter Israël aanloopt om de Egyptenaren het zicht te ontnemen, en s’nachts in een vuurkolom voorop loopt om hen de weg te verlichten. Wat er ook gebeurt, de gieren zullen jullie niet te pakken krijgen. ‘Dit land,’ zegt God, ‘geef ik aan jouw nakomelingen. Daar zullen jullie je tenten opslaan.

‘Laten we drie tenten opslaan,’ roept Petrus. Maar tenten zijn geen stenen huizen. Tenten zijn er om je even een warm en veilig thuis te bieden. Maar tenten zijn er vooral om weer ingepakt te worden zodat je verder kunt trekken. – Ze gaan dan ook weer van die berg af. Ze vertellen aan niemand wat zij hebben mogen schouwen. Dat hoeft ook niet. Van die drie tenten is het er niet van gekomen, maar voortaan zullen zij veel meer tenten van licht opslaan.

Laten we tenten van licht opslaan. En wanneer die tenten alsmaar weer afgebroken worden, laten we dan nieuwe bouwen. En ook al zijn we net als Petrus Jakobus en Johannes in een donkere wolk beland, laten we uitzien naar het licht. En wanneer we ’s avonds net als Abram in slaap vallen met angst en zorgen, laten we dan toch met God op weg gaan. Laten we tenten opslaan, tenten van licht.

Ekkehard Muth, 13 maart 2022