Matteüs 11, 2-11

Jesaja 35, 1-6a; 10

 

Vandaag zijn we op de helft. Dit jaar valt de derde zondag van da advent ook echt op de helft van onze weg naar kerst. En halfweg sta je even stil en kijk je of je in de verte je bestemming al kunt zien. En ja, we zijn er nog niet, maar in de verte kan je het licht al zien. Het is zelfs zo dat het witte licht het donkere paars van de adventstijd al een beetje lichter maakt.

Na bijna zestig jaar verlaten we de Boskapel waar we zoveel lief en leed met elkaar gedeeld hebben, maar in de verte proeven we al het licht wat ons op onze nieuwe plek te wachten staat.

‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ vraagt Johannes de Doper vanuit de gevangenis. En Jezus antwoordt: ‘zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt.’ – Dat is natuurlijk een hele mond vol, en heeft betrekking op de wonderverhalen die over Jezus verteld worden. Maar dat is waar het naartoe gaat. En of je die wonderen nu gelooft of niet, dat is wat je in de verte al kunt zien. Met andere woorden: halfweg zie je in de verte het licht al stralen.

Augustins, onze kerkvader, en de bijzondere inspirator van onze kerkgemeenschap leefde constant halfweg. ‘Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in u.’ Zo beschreef hij zijn leven en zijn geloof. Je kan het al zien, je kan het bijna met je handen grijpen, maar tegelijkertijd ben je steeds op weg ernaar toe. Je voelt het licht al op je gezicht, maar je blijft als reiziger onderweg. ‘Trek steeds verder’, zegt hij dan ook. ‘Wil je bereiken wat je nog niet bent, wees dan ontevreden met wat je nu bent.’ En ook al zie je het licht al schijnen, begrijp dat niet verkeerd, anders ga je misschien ‘steeds langzamer lopen.’ ‘Doe er dus steeds iets bij, trek steeds verder.’

Dat we nu gaan verhuizen, dat is ten diepste de schuld van Augustinus. Het verder trekken dat zat al in ons DNA, daarom kreeg de Boskapel na het Tweede Vaticaanse Concilie de opdracht om de vernieuwingen van het concilie te vertalen en uit te proberen. En in de afgelopen 60 jaar zijn we op die weg steeds verder gegaan. Toen de vernieuwingen van het concilie bleven steken werden we een vluchtheuvel voor mensen die niet in het keurslijf van de kerkelijke regels pasten. En intussen is de situatie verder veranderd. Of de kerk wel of niet bij de tijd is, is helemaal geen issue meer, intussen leven we in een samenleving waar meer dan de helft van de mensen geen enkele notie meer heeft van een overstijgend kader. Meer dan de helft van de mensen heeft geen idee van wat voor spiritualiteit dan ook, en vindt dat ook niet nodig.

In onze lezingen schetst Jesaja het grote visioen: ‘De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, jubelen en juichen van vreugde.’ – Met ‘De steppe zal bloeien’ zingen we onszelf vaak het visioen tegemoet –

En in ons evangelie zegt Jezus: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien’. En waarschijnlijk heb je niet eens iets bijzonders gezien, alleen het wuiven van het riet en een mens in armoedige kleren. ‘Maar ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper.’ – Het is dan ook de vraag of je op de helft van de weg alleen terugkijkt, of dat je ook alvast vooruitkijkt om in de verte wellicht het licht te ontdekken.

Als we het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau van dit voorjaar moeten geloven dan ziet meer dan de helft van de mensen het leven niet in het perspectief van het visioen; laat staan dat zij het leven zien als onderweg zijn naar het licht.

Bedoelt Augustinus dat als hij zegt: ‘zodra je zelfgenoegzaam wordt, blijf je stilstaan. Zodra je zegt: het is genoeg, ga je ten onder’?

In zo’n veranderd landschap wordt het hoogste tijd voor ons om opnieuw verder te trekken. Zoals de Augustijnen steeds midden onder de mensen woonden, zo gaan wij nu deel uitmaken van de minimaatschappij in Sancta Maria. Een minimaatschappij van mensen waar we met z’n allen proberen om het licht in de verte weer te proeven.

En we nemen ons DNA mee. We nemen Augustinus mee. We nemen hem mee die ons ertoe aangezet heeft om onze vertrouwde plek te verlaten zodat we op weg blijven naar het visioen. ‘Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in u.’ Op deze zondag op de helft van de weg naar kerst nemen we mee dat we altijd op de helft zijn.

Maar we zien – ‘zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien’ – we zien dat het licht ons al tegemoet straalt. We zijn pas op de helft, maar we zien dat we mogen gaan in het licht.

En Augustinus gaat met ons mee.

Ekkehard Muth, 11 december 2022