8 januari 2023 Driekoningen

Zegening kapel

thema: ‘een hart van goud, wierook en mirre’

Woord van welkom

De Heilige Drie Koningen hebben de ster gezien en zijn op weg gegaan. En wij zijn hier gekomen omdat we ook de ster hebben gezien. Een ster van dat er ook buiten onze eigen kerkelijke bubbel inspiratie en licht te vinden moet zijn. Een ster die ons verleidt om uit onze comfortzone te kommen en op weg te gaan.

En een ster die op het eerste gezicht van elkaar verschillende werelden bij elkaar brengt: engelen en herders, eenvoudige schapenhoeders en koningen, het kind van de Allerhoogste en de meest nederige stal, God en mensen.

Het lijkt wel alsof de drie koningen met hun goud, wierook en mirre in Sancta Maria terecht zijn gekomen. Met mensen uit allerlei achtergronden, van uiteenlopende geloven en levensbeschouwingen, met hun eigen talenten en hun eigen vragen. Met buren, gasten en voorbijgangers. En allemaal zoeken we in Sancta Maria naar een samenleving waarin een hart klopt van goud, wierook en mirre.

Of om het nog maar even een beetje duurder te zeggen: Wij nemen de gok om te verkennen of het seculiere en het religieuze elkaar kunnen treffen, of het profane en het heilige wellicht meer bij elkaar kunnen komen, of het immanente, dus het hier en nu, en het overstijgende, het transcendente niet samen met elkaar kunnen optrekken.

Zo hebben we ons als geloofsgemeenschap van het Stadsklooster Mariken door de ster uit onze warme en knusse Boskapel laten lokken. En samen met de anderen die door de ster hier naartoe zijn gekomen, met bewoners en gebruikers van Sancta Maria, met mensen uit de buurt, voorbijgangers en gasten, willen we kijken wat die ster ons gaat openbaren.

De koningen gingen op weg met goud, wierook en mirre. En wij gaan op weg met een hart van goud, wierook en mirre.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

 

Augustinus

Dat we hier gekomen zijn, dat we de ster volgen, dat we aan het begin van het nieuwe jaar, waarvan we nog niet weten wat het ons brengen zal, hier in Sancta Maria aan een nieuwe weg beginnen die door onbekend terrein zal leiden – uiteindelijk is dat alles de schuld van onze inspirator Augustinus. ‘Trek steeds verder’ zegt hij. Ga niet langzamer lopen en ga al helemaal niet achterover leunen en zeggen: het is genoeg. ‘Want zodra je zelfgenoegzaam wordt, blijf je stilstaan. Zodra je zegt: “Het is genoeg,” ga je ten onder.’

En Augustinus zegt dat omdat hij zijn hart voelt branden. Branden omdat de schepper daarin wil blijven scheppen, branden van liefde  die zich verteert naar de ander, en branden van verlangen om ooit terug te keren naar het hart en één te worden met hem die het hart doet branden.

Toen drie jaar geleden voor het eerst Sancta Maria in beeld kwam voerde Chris Dijkhuis stiekem al gesprekken met het Heiligenbeeldenmuseum in Kranenburg. En toen de verhuizing bleek door te gaan wilde het Heiligenbeeldenmuseum ons graag Augustinus in bruikleen geven. Want Augustinus hoort eigenlijk niet in een museum, hij moet daar zijn waar mensen gehoor geven aan zijn ‘trek steeds verder’.

U heeft in de Marikenmail kunnen lezen hoe het allemaal gegaan is. En vanochtend is Augustinus hier. Met dank aan Chris, met dank aan de mensen van het Heiligenbeeldenmuseum in Kranenburg wil ik Marjette vragen om namens de Familia Augustiniana en namens het Stadsklooster Mariken het beeld te onthullen.

 

Het Hart

Het brandende hart van Augustinus, een hart van goud, wierook en mirre. Op de vier zondagen van de advent hebben wij stap voor stap afscheid genomen van de Boskapel. Afscheid van de plek waar we ons hart hadden liggen. En stuk voor stuk hebben we ons hart, – onze inzet, alle lief en leed die we in de Boskapel met elkaar gedeeld hebben, al die keren dat we ons hart konden ophalen, al de keren dat ons hart vervuld werd met warmte en troost – stuk voor stuk hebben we ons hart als fonkelende steentjes klaargelegd om mee te gaan naar onze nieuwe plek. ‘Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in u’

En Annemarie heeft alle stukjes weer bij elkaar gebracht in een nieuw hart. Het hart wat in ons brandt en het hart wat ons steeds verder laat trekken. – En we zetten het hart in het licht. Moge ons hart hier op onze nieuwe plek kloppen en branden.

De drie koningen brachten goud, wierook en mirre mee. Moge hier in een hart van goud, wierook en mirre kloppen. Moge deze kapel het hart worden van Sancta Maria en de omgeving.

De koningen brachten goud mee, want dat is wat de wereld nodig heeft: mensen met een hart van goud. Zo brengen we met het hart onszelf mee. Dat we telkens weer ons hart laten spreken. Mogen wij hier, en mogen alle mensen die hier komen telkens weer hun hart van goud ontdekken.

De koningen brachten wierook mee. Zoals de wierook opstijgt, zo strekken ook wij ons uit naar wat onszelf overstijgt. Zoals de wierook naar het hogere verlangt, zo verlangen ook wij ernaar om opgetild te worden. Zo staat wierook voor het geloof. En dan bedoel ik niet per se het christelijke geloof met hoofdletters. Maar ik bedoel al het net als wierook kronkelende zoeken naar geur en levensadem. Of je dat nu binnen een georganiseerde godsdienst doet of op je eigen vrije manier. – Dat we hier in deze kapel telkens weer ons hart van wierook mogen ontdekken.

En de koningen brachten mirre mee. Met mirre werden toen de doden gezalfd. Zoals de zalf intrekt in je huid, zo moge de overledene ontvankelijk zijn voor het eeuwige leven. Zoals de zalf geneest zo moge ook de overledene genezen van de dood.

Mirre verwijst dus naar ons bestaan buiten ons aardse leven in het hier en nu. Het verwijst naar waar we vandaan komen, en naar waar we naartoe gaan. En het vertelt ons dat ons leven in het hier en nu verbonden is met wat ons ten diepste draagt en met wat ons overstijgt.

Als we ons dus afvragen: Waar komen we vandaan? En waar gaan we naartoe? En wat is dan onze bestemming hier op aarde? Mogen we dan hier telkens weer ons hart van mirre ontdekken.

 

Zegening van de kapel

Zo willen we deze kapel zegenen. Na het vertrek van de zusters van Ronse in 1981 werd deze kapel onttrokken aan de eredienst, nu geven we de kapel terug aan de gezamenlijke zoektocht van gelovigen, niet-gelovigen en andersgelovigen naar ons hart van goud, wierook en mirre.

En die zoektocht gebeurt zeker niet alleen in vieringen. Die zoektocht begint al als je hier alleen maar aan het opruimen bent, of aan het schoonmaken, of als je hier een kopje koffie zit te drinken. Of als je hier naar kunst kijkt, die prachtige tentoonstelling van Andreas Hetfeld, bijvoorbeeld, kunst die je hart van goud weer naar boven haalt en die je als wierook en mirre verbindt met een andere wereld. Of als je hier naar muziek luistert, of wanneer je opgetild wordt als je bij een feestje uit je dak gaat.

Dus, alleen al door hier te leven, en zeker als je hier het leven viert, dan kan het niet anders of je komt bij je eigen goud, wierook en mirre.

Als we hier het leven vieren, misschien sta je dan stil bij jouw geboorte. Hoe je vanuit het vruchtwater geboren bent. – In onze traditie gebruiken we het beeld van het doopwater – Dat je geliefd bent en gewild. En misschien heb je daarbij zeg maar een ‘mirre-moment’, het gevoel dat die liefde en je gewild zijn net als een rivier al langer stromen dan de liefde en het verlangen van je ouders.

En zo vaak mogelijk willen we hier de kracht van ons leven vieren. De momenten van goud, wanneer het feest is. De momenten dat we de kracht en het geluk met elkaar delen – zoals we hier brood en wijn met elkaar delen -. Dat we vieren dat we voor elkaar brood en wijn mogen zijn. En dat we dankbaar zijn voor zoveel brood en wijn wat ons ten deel mag vallen. Dan raak je aan je hart van wierook, door jouw geluk en door jouw vreugde heen krijg je een vermoeden van de vreugde die jou overstijgt.

Het leven vieren we ook in het aangezicht van de dood. Hier komen goud, wierook en mirre samen. We kijken terug op het hart van goud van de overledene. We kijken naar de vier-momenten waar we in zijn of haar leven de wierookgeur van de hemel al mochten ruiken. En met tastend mirre-geloof spreken we uit dat dit niet het einde is.

Moge deze kapel het hart zijn van Sancta Maria, het hart van de buurt. Wat je hier ook komt doen, op welke dag van de week ook, mogen allen die deze kapel in en uitgaan hun hart van goud, wierook en mirre vinden.

 

Deuren

Maar het belangrijkste in deze kapel, dat zijn de deuren.

Daarom willen we vooral de deuren zegenen. En vandaag op Driekoningen doen we dat met de Driekoningszegen. De drie koningen heetten Caspar, Melchior en Balthasar. Beneden de rivieren in ons land, en nog verder naar beneden in Duitsland en de alpenlanden is er de traditie van het Driekoningen-zingen of Sterzingen. Daarbij gaan de kinderen verkleed als de drie koningen met een ster van deur tot deur. Bij elke voordeur bellen ze aan om te zingen en om het huis en zijn bewoners te zegenen. Dat doen de Driekoningen door met krijt hun voorletters op de deur te schrijven: C voor Caspar, M voor Melchior en B voor Balthasar. Maar de drie letters staan ook voor Christus Mansionem Benedicat – Christus zegene dit huis.

Dat de deuren altijd open mogen staan, en dat iedereen die hier in en uit gaat gezegend moge zijn.