Marcus 10, 46-52

Jeremia 31, 7-9

Toen we de bank in onze woonkamer voor het eerst in de winkel zagen liepen we er achteloos aan voorbij. Zo’n tien jaar geleden bleek onze oude bank in de woonkamer helemaal versleten en sowieso hadden we al langer het gevoel dat onze hele woonkamer eigenlijk anders ingericht moet worden. We hadden al veel geprobeerd, de bank hier en de kast daar, of toch maar weer andersom, maar het bleef drie keer niks. Toen liepen we Marina tegen het lijf, dat is de vrouw die toen ook het nieuwe meubilair van de Boskapel heeft bedacht. Zij bekeek onze woonkamer en het hele huis en praatte uitgebreid met ons.

Na een week kwam zij terug met drie plannen, twee zeg maar veilige plannen en een gek plan, een plan wat we nooit van ons leven zelf bedacht zouden hebben. Dit werd het uiteindelijk en we zijn er nog steeds heel erg blij mee. En wat de bank betreft, zei ze, ik heb er een gezien, die moet je maar gaan bekijken. Wij ernaar toe en de hele winkel afgespeurd, maar de bank konden we niet vinden. Wij zagen ook geen andere bank die we misschien leuk vonden. Maar achteraf bleek dat we aan de bewuste bank al drie keer voorbij waren gelopen.

Om maar met de woorden uit ons evangelie te spreken: we waren zo blind als Bartimeüs.

Ik denk dat heb jij soms ook. Je voelt dat het anders moet, je hebt ook ergens het vermoeden dat het anders kan, maar je weet niet zo goed hoe, je krijgt er maar geen helder beeld van. Dan heb je een Marina nodig, dan heb je iemand nodig die het zich wél kan voorstellen, die er een schets van kan maken zodat jouw verbeelding op gang komt.

En zo iemand is Jeremia. Midden in de ballingschap vertelt hij over hoe het is als de ballingschap voorbij is. En terwijl het nog allemaal toekomstmuziek is, vertelt hij het zo alsof het al gebeurd is: ‘De Heer heeft zijn volk bevrijd’, ‘ik breng hen samen van de einden der aarde’, ‘in dichte drommen keren ze terug.’ – Een gek plan, veel te mooi om waar te zijn.

Dan leeft Israël al sinds generaties in ballingschap, diep van binnen voel je dat het zo niet kan blijven, maar er zijn al hele generaties opgegroeid die niets anders kennen dan onderdrukking en slavernij. Al zou je de vrijheid zien, al zou er zich een mogelijkheid opdoen om te ontsnappen, je zou er waarschijnlijk blind aan voorbijlopen. Gelukkig is er dan Jeremia. Die ziet het wél voor zich, en hij weet om de oeroude herinnering aan de vrijheid en de hoop op de toekomst samen te brengen in één beeld: ‘De Heer heeft zijn volk bevrijd’, ‘ik breng hen samen van de einden der aarde’, ‘in dichte drommen keren ze terug.’

In ons evangelie snauwen de leerlingen de blinde toe om z’n mond te houden. We zijn met Jezus onderweg naar een nieuwe wereld. Wij hebben het licht gezien en we zoeken mensen die dat ook kunnen zien. Daar kunnen we geen blinde bij gebruiken. – Maar Bartimeüs blijkt meer te zien dan de leerlingen. Hij roept: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij.’ Bij het eerste lezen valt je dat misschien niet op. Net als wij toen in de meubelwinkel loop je eraan voorbij. Maar hij roept nog harder ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij.’

Bartimeüs mag dan blind zijn, maar wat hij ziet is het volgende: net als Jeremia roept hij de herinnering wakker aan het koningschap van David. In het collectieve geheugen van Israël leek het leven toen al heel erg op de nieuwe wereld zoals God die voor ogen heeft. Vrijheid, leven en geluk genoeg voor iedereen, gerechtigheid. Bartimeüs ziet ook dat Jezus een afstammeling van David is. In het kerstverhaal trekken Josef en Maria naar Bethlehem, de stad van David omdat Josef en daarmee ook Jezus van David afstammen. Bartimeüs ziet dat Jezus de lijn van David zal voortzetten. ‘Zoon van David, Jezus!’

En de blinde Bartimeüs ziet ook de toekomst duidelijk voor ogen. Jeremia heeft het ook al voorzien: ‘ook blinden en lammen komen mee.’ Een wereld waar plek is voor iedereen, een wereld vol medelijden. ‘Jezus, heb medelijden met mij!’

Ons evangelie gaat niet over Bartimeuus die blind is, nee het gaat juist over wat Bartimeüs ziet: verleden, heden en toekomst; daar willen we naartoe terug en daar willen we naartoe vooruit: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij.’

De leerlingen denken dat hij maar wat roept om aandacht te krijgen, maar als een profeet zit Bartimeüs de nieuwe wereld te schetsen. En die ziet hij helderder voor ogen dan de leerlingen die menen het licht gezien te hebben.

En Jezus hoeft dan ook niets te doen, geen ingewikkelde handelingen, geen bezweringen, maar alleen: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ Bartimeüs, je ziet het al lang. En inderdaad, meteen kon hij weer zien.

Zo komen ook wij bij elkaar, met het gevoel dat het anders moet, met een vermoeden dat het anders kan, met het onrustig idee dat we lopen te zoeken, maar dat we het wellicht alsmaar voorbijlopen. Geve God dat we mogen zien.

 

Overweging door Ekkehard Muth, 24 oktober 2021