zeventig maal zeven

zeventig maal zeven

Matteüs 18, 21-35

In de corona-crisis zijn veel dingen aan het licht gekomen, die we eigenlijk al lang wisten, maar die nu pas echt tot ons doorgedrongen zijn. En een van de dingen is dat we onbewust het idee hebben dat het hele leven werkt als een markt. Maar opeens werkte die markt juist niet meer. En opeens merkten we ook dat de markt soms wel de verkeerde prikkels oplevert. Het meeste geld gaat namelijk om in niet vitale sectoren, en op de beroepen die er echt toe doen proberen we juist te bezuinigen. Met 69 tegen 68 stemmen werd de loonsverhoging voor het zorgpersoneel weggestemd, terwijl we aan de benzinepomp gemiddeld meer uitgeven dan aan onze zorgverzekering.

In het marktdenken moet ook de gezondheidszorg winst maken. In plaats van patiënt ben je dan cliënt, klant. Maar ook de sociale huursector moet geld opleveren. Scholen moeten de kinderen klaarstomen om goede radertjes te zijn in de economie. Maar er is geen geld om kinderen kennis te laten maken met het ware, schone, goede.

Voor wat hoort wat. Stiekem passen we dat ook toe op ons persoonlijke leven. Kan ik wel genoeg van het leven genieten of ben ik eigenlijk meer aan het inleveren? Krijg ik uit mijn huwelijk wel voldoende terug of ben ik alleen maar aan het investeren? – We hebben er geen erg in maar hoe vaak is ons denken niet een marktdenken? Het lijkt ons zelfs een gezond mechanisme, immers zolang iedereen ernaar streeft om financieel, maar ook emotioneel winst te maken, dan wordt iedereen gelukkig, toch?

Zelfs de leerlingen van Jezus doen er volop aan mee. Ook bij hen zit het marktdenken diep verankerd: hoe vaak moet ik vergeving schenken? Tot zeven maal toe? Hoeveel moet ik investeren? Zeven maal is toch zeker meer dan genoeg? Maar Jezus roept: zeven maal? Denk je echt dat je er daarmee bent? ‘Niet tot zeven maal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

Als je daarbij bedenkt dat in de joodse traditie het getal 40 niet alleen staat voor het getal zelf, maar dat ’40′ ook betekent: oneindig veel – veertig dagen, veertig jaar – dan gaat Jezus hier over de grenzen van het telbare en meetbare heen. Als veertig al ‘ontelbaar’ betekent, dan is ‘zeventig’ zo astronomisch dat het helemaal niet meer te vatten is, laat staan zeventig maal zeven. – Het lijkt wel een beetje op de vette bonussen – Dit overstijgt alle grenzen van wat je zou kunnen uitrekenen.

En daar gaat het Jezus om: het leven is geen markt, het leven is niet ‘telbaar’, binnen je denken in termen van voor-wat-hoort-wat kom je er niet. Ook al ben je bereid om het zevenvoudige te investeren, dan nog blijf je stiekem toch aan het rekenen, dan nog maak je elkaar tot klant, dan nog reduceer je elkaar tot handelswaar.

En hoe dat gaat wanneer we elkaar afrekenen, dat vertelt Jezus in een lang verhaal van de koning die van zijn dienaren rekenschap vraagt. De eerste die zijn schuld niet kan betalen, die zal hij met vrouw en kinderen en met al zijn bezittingen verkopen. Maar de koning bedenkt zich. Hij besluit dat we elkaar maar niet langer in de wurggreep moeten houden van schuld en terugbetalen. Hij merkt dat het marktdenken niet langer meer werkt, en hij scheldt de hele som kwijt.

Maar in het vervolg gaat het in ons verhaal net zoals het bij ons ook gaat. We weten dat het niet werkt, we weten dat het ons niet goed doet, maar het voor-wat-hoort-wat-denken blijkt hardnekkiger dan we doorhebben. Zo gaat de dienaar naar een andere dienaar die hem wat schuldig is, en terwijl hemzelf alles kwijtgescholden werd neemt hij de ander wel in een wurggreep. Hij lat hem gevangen zetten totdat hij alles heeft terugbetaald.

Hoe vaak moet ik vergeving schenken? Tot zeven maal toe? – Zo komen we er niet, zegt Jezus. Zolang we elkaar afrekenen, zitten we allemáál gevangen. Het is gewoon geen kwestie van investeren, ook niet zeven maal meer dan je misschien terug zult krijgen – Nee, je moet dat hele rekenen overstijgen. Zeventig maal zeven, daar is geen rekenen meer aan, en rekenen moet dan ook geen plaats meer hebben in jullie verhoudingen met elkaar.

Vergeven is daarvoor een goed voorbeeld. Vergeven betekent dat je geen aanspraak maakt op terugbetaling. Als je vergeeft stap je buiten het kader van voor-wat-hoort-wat. Dan kunnen jullie samen verder.

– Even een zijsprongetje: vaak denken we dat ons evangelie ons vraagt om koste wat kost te vergeven. En als je dat dan niet kunt, dan voel je je schuldig. Maar er zijn twee dingen die we in ons evangelie vaak over het hoofd zien, het eerste: degene die vergeving wil, die moet dat ook vragen. En het tweede: jullie moeten allebei met elkaar verder willen.

Maar het kan natuurlijk zijn dat de ander helemaal geen vergeving wil en dat je die ook niet kunt geven. En het kan zijn dat jullie helemaal niet met elkaar verder willen. Jezus vraagt ons hier om het systeem van rekenen helemaal los te laten, en soms kan dat ook betekenen dat je elkaar loslaat. –

Met die aantekeningen is ‘vergeven’ een goed voorbeeld. Een nog veel beter voorbeeld is misschien de liefde. Daar vraag je ook niet: hoeveel liefde moet ik schenken? Tot zeven maal toe? Nee, in de liefde houdt het rekenen op. Voor je liefde is je niets teveel. ‘Zeven maal om de aarde te gaan’ dicht Ida Gerhardt. Voor je kinderen ga je wel zeventig maal zeven maal om de aarde. Voor je geliefde wel zeventig maal zeventig maal. In de liefde valt al het voor-wat-hoort-wat weg. In de liefde overstijg je al het rekenen.

‘Het is met het koninkrijk van de hemel…’ begint Jezus zijn verhaal – dan kom je in de buurt van van de hemel. ‘Hoe vaak moet ik…?’ – Zo vaak totdat je die vraag niet meer stelt.

Ekkehart Muth, 13 september 2020