Zaaien en oogsten

Zaaien en oogsten

Matteüs 13, 1-9

Onmiddellijk in het volgende vers na onze lezing vragen de leerlingen aan Jezus:’ Waarom spreekt u in gelijkenissen?’ Nou, het antwoord is heel eenvoudig, namelijk: omdat wij allemaal aanvoelen dat het klopt, en omdat wij zelf onderdeel van het verhaal kunnen worden.

Het klopt. Hoevaak heb je dat niet zien gebeuren met wat jijzelf gezaaid hebt. Misschien heb je kinderen, je hebt ze allemaal dezelfde opvoeding gegeven en toch zijn het allemaal heel verschillende mensen geworden. Of wat heb je niet allemaal in je werkzame leven gezaaid, maar moet je nu onder ogen zien dat je zaad wel heel onverwachtse plantjes voortbrengt.

Maar je kan ook naar jezelf kijken. Wat doe jij met wat er bij jou gezaaid wordt? Valt dat altijd wel in goede aarde? Soms is het al weg nog voor dat je er goed aandacht aan kon besteden; bij wijze van spreken opgegeten door de vogels.

Of je bent super enthousiast, wat een goed idee, wat een inspirerend verhaal, hiermee ga ik meteen aan de slag. Het schiet bij je op, maar zodra de zon opgaat heb je al weer duizend andere dingen en is je enthousiasme alweer verschrompeld.

Soms moet je het ook gewoon opgeven omdat je het niet meer kunt volhouden tussen de alles overwoekerende distels. Zoveel mitsen en maren, zoveel tegenwerpingen. Op gegeven moment weet je zelf niet meer waar je eigenlijk naartoe wilde.

Maar gelukkig vallen veel dingen die gezaaid worden ook in goede aarde. Het schiet wortels en groeit op. Soms heel anders dan je gedacht had, maar de vruchten zijn wel lekker zoet.

De corona-crisis heeft ervoor gezorgd dat heel veel zaad en heel veel plannen niet konden doorgaan. Weet je nog toen je in het begin van de lockdown opeens al je afspraken uit je agenda kon strepen, opgegeten door de vogels. Of toen je merkte dat je eigenlijk best kon genieten van de rust, maar algauw kwamen dan toch de muren op je af. Net als het zaad op de rotsen, bloeide het kort op om dan meteen weer te verdorren. Maar ook de belangrijke momenten werden niet gespaard. Een ronde verjaardag, of je huwelijks-jubileum, je diploma uitreiking, afscheid van je oude baan, met pensioen gaan – alles werd overwoekerd door de distels. Zelfs het afscheid nemen van een dierbare en de uitvaart – verstikt door de distels.

Maar er was ook goede grond. Opeens zagen wij de waarde van verpleegkundigen en verzorgenden, van de schoonmakers. We konden niet genoeg krijgen van de ‘Frontberichten’ op tv. Onze waardering groeide met de dag, we stonden te applaudisseren en de mensen in de zorg groeiden boven zichzelf uit.

We kregen veel meer oog voor wat vitale diensten zijn en welke sectoren eigenlijk niet zo nodig zijn.

We zagen wat er nou echt toe doet, juist omdat we het moesten missen: je ouderen kunnen bezoeken in het verpleeghuis, vriendschappen en familiebanden.

Op straat waren we vriendelijker voor elkaar, en we hadden met z’n allen een gevoel van samen.

We hebben ook gezien dat planten die we anders zo belangrijk vinden eigenlijk op rotsen groeien en in de eerste de beste crisis verschrompelen. De marktwerking bijvoorbeeld, en geld. Opeens werd duidelijk dat we al ons beschermingsmateriaal in China lieten maken omdat het daar goedkoper is; en hadden we nu niets meer aan het uitgespaarde geld. Opeens gingen studenten van de TU-Delft een beademingsapparaat ontwikkelen omdat wij niet meer in staat waren om zo’n apparaat in eigen land te maken, dat was namelijk duurder. En intussen worden we met grof reclamegeweld weer het vliegtuig in getrokken, van de reisaanbieders krijg je een gratis corona-test en ze beloven hoog en heilig om je weer terug te halen als het misgaat. Dit groeit niet op de goede grond van sociale overwegingen omdat we zonder die zonvakantie op een Grieks eiland wellicht niet zouden kunnen leven, nee, het groeit op de rotsen van het snel geld verdienen.

Zo kon door de crisis aan de ene kant veel zaad niet opgaan, of werd het overwoekerd – maar aan de andere kant is ons veel duidelijker geworden wat we nou echt in goede grond willen laten opgroeien.

‘Waarom spreekt u in gelijkenissen?’ zullen de leerlingen vragen. Omdat we op onze wegen en op de rotsen en tussen alle distels in weer het zaad zien wat we diep van binnen willen laten opgaan. Omdat we weer zien wat dertig-, zestig-, honderdvoudig vrucht moet dragen. En vooral opdat we zelf de goede grond mogen zijn.

Ekkehard Muth, 12 juli 2020