De ziel van het Stadsklooster wordt gevormd door de gemeenschap die bij elkaar komt om te vieren. Zoals in alle kloosters wordt op gezette tijden de verbinding gezocht van het overstijgende (ora) met het leven van alledag (labora). We zien vieren ten diepste als een dienst aan de maatschappij en als een specifiek surplus naast alle andere activiteiten. Vanuit de augustijnse spiritualiteit die God zoekt in de mensen, sluiten de vieringen nauw aan bij de basisvragen van het menselijke bestaan. Vieren helpt ons om over alle grenzen van denominaties heen elkaar te vinden bij waar het ten diepste om gaat.