Twaalf manden vol

Twaalf manden vol

Matteüs 14, 13-21

‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen’, zeggen de leerlingen. ‘En nu?’ — We hebben hier niets, we hebben geen vaccin, we hebben niet genoeg IC-bedden. We kunnen niets behalve onze handen wassen en ons verstoppen op anderhalve meter afstand, net als Jezus die van lieverlee maar in een boot stapte om even afstand te nemen. Maar net als het virus ook bleven de mensen maar komen, het werden er steeds meer.

Misschien is de machteloosheid nog het ergste. Er zijn veel mensen getroffen door het coronavirus, maar de meeste mensen worden getroffen door de machteloosheid. ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen’.

Die machteloosheid en ook de onzichtbaarheid van het virus maakt dat steeds meer mensen dan denken: laat maar, we moeten niet zo spastisch doen, die anderhalve meter is toch niet vol te houden, je kan toch niet alsmaar voorzichtig zijn, je moet toch ook weer een beetje leven. — ‘Stuur de mensen dan weg’, zeggen de leerlingen tegen Jezus, we hebben toch niets, laat maar gaan.
Maar Jezus zegt: ‘ze hoeven niet weg, geven jullie hun te eten.’ Hij vraagt hen om hem de vijf broden en twee vissen te brengen, maar eigenlijk is zijn blik al gericht op de twaalf manden. Het is een wonder, maar nadat iedereen gegeten heeft blijven er nog twaalf manden vol over.

Misschien is dat de essentie van gelovig zijn: dat je je niet blindstaart op de vijf broden en twee vissen maar dat je kijkt naar de twaalf manden. Dat je niet blijft uitgaan van wat je feitelijk hebt en wat je kan, maar dat je uitziet naar wat je gegeven wordt. — Geven jullie hun te eten.

Ja maar hoe moet dat dan? — We zijn er al mee bezig. We komen hier bij elkaar zo goed en zo kwaad als het kan. We delen met elkaar de pijn van de afstand, we delen met elkaar de pijn van niet kunnen delen, we delen met elkaar de pijn van dat we niets hebben, niet zingen, niet de buurman of buurvrouw naast je horen, elkaar niet aanraken, niet het gevoel van lekker thuis zijn in onze kapel. — Maar hoe meer we ons ervan bewust worden van wat we niet hebben, hoe meer zien we uit naar de twaalf manden.

Misschien gebruik je ook deze vakantieperiode om te kijken naar de twaalf manden. Misschien maak je de balans op van wat je beroepsmatig bereikt hebt. De vijf broden en twee vissen zijn binnen, en nu op naar de twaalf manden. Misschien kijk je naar de vijf broden en twee vissen van je gezondheid, maar zie je ook dat je momenten geschonken worden waar de twaalf manden goed gevuld zijn. Misschien kijk je terug op een lang en actief leven en merk je dat je krachten minder worden — nog maar vijf broden en twee vissen — maar als je goed kijkt blijken de twaalf manden aardig gevuld. Met de kerken gaat het slecht in ons land en misschien hebben we als kerkgemeenschap het gevoel dat we nog maar slechts vijf broden en twee vissen hebben. Maar dan komen we weer bij elkaar, dan bezinnen we ons samen weer op waartoe we geroepen zijn, en voor dat we er erg in hebben gaan we toch weer bezig om de twaalf manden te vullen.

‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen’. Geen reden om je daarbij neer te leggen, zegt Jezus. ‘Geven jullie hun te eten.’ Deel wat je hebt, en deel wat je niet hebt. En houd alvast de twaalf manden bij de hand, die zal je nog nodig hebben.

Ekkehard Muth, 2 augustus 2020