Tu es Petrus

Tu es Petrus

Matteüs 16, 13-20

‘Tu es Petrus’, jij bent Petrus – ‘petrus’ is het Latijnse woord voor ‘steen’ – ‘jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen.’ Dit zegt Jezus tegen zijn leerling die tot nu toe Simon Barjona heette. Maar vanaf nu zal hij Simon Petrus heten.

Voor de kerk is ons evangelie een bijzonder belangrijke passage, want uit dit stukje evangelie kan je afleiden hoe Jezus hoogst persoonlijk de kerk opricht – jij bent de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen. ‘Tu es Petrus’ wordt dan ook telkens weer gebeden en gezongen in de liturgie bij de creatie van nieuwe kardinalen. En het staat in grote letters in de koepel van de Sint Pieter in Rome rondom de stoel van de opvolger van Petrus.

En daarmee is ook meteen alles gezegd over de sterkte en de zwakte van de kerk. Sterk omdat zij door Jezus himself is uitgeroepen, en zwak omdat zij uiteindelijk toch maar op mensen gebouwd is.

Nu kan je van alles vinden van de kerk, je kan er uren lang over klagen en je afvragen of dat nou wel zo’n goed idee van Jezus was om de kerk op mensen te bouwen. Maar je kan ook kijken naar het vertrouwen dat Jezus in ons stelt, en je kan kijken naar dat we ondanks alles toch tot zoiets groots geroepen zijn.

‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’, vraagt Jezus, wie zeggen de mensen dat ik ben? Nou, antwoorden de leerlingen, men zegt dat u Johannes de Doper bent, of misschien Elia, of Jeremia, maar op z’n minst toch een profeet. En dat is niet het minste rijtje. Wanneer Jezus zich door Johannes de Doper laat dopen is nog helemaal niet duidelijk wie van die twee de meerdere is. En Elia, bij elk feest wordt aan tafel een extra plek vrijgehouden voor Elia, want in het jodendom zal Elia terugkeren om het koninkrijk van God op te richten. Jeremia dan; daar kennen we het begrip ‘jeremiëren’ van, maar als je onze wereld vergelijkt met de bedoelingen van God dan moet je toegeven dat Jeremia altijd de vinger wel op de zere plek wist te leggen. En de mensen die niet helemaal zo stellig durven te zijn, zien in Jezus toch op z’n minst een profeet, dus iemand die uitspreekt wat God zelf zou zeggen.

Dat is dus geen verkeerd rijtje waarin Jezus door de mensen geplaatst wordt. Maar, vraagt Jezus, ‘wie ben ik volgens jullie? En Simon Barjona flapt het meteen uit: ‘U bent de messias, de zoon van de levende God!’

Dat is echt Petrus ten voeten uit. Weet u nog, twee weken geleden lazen we het evangelie waar Petrus over het water wil lopen. En het lukt hem nog ook, totdat hij beseft hoever hij zijn hoofd boven het maaiveld heeft uitgestoken en. En terwijl hij nog niet eens Petrus heette, viel hij als een steen in het water. En later zal hij roepen: al moet ik met u sterven, maar de haan heeft nog niet gekraaid of hij heeft Jezus als drie keer verloochend. Petrus is zo zwak als mensen maar kunnen zijn, maar tegelijkertijd rekt hij zich uit om zo sterk en zo goed te zijn als God zelf. En uit diepste overtuiging, en ook omdat het hem tegelijkertijd door de hemel is ingegeven gaat hij dan ook verder dan ‘de mensen’: ‘U bent de messias, de zoon van de levende God!’

En op dat moment krijgt het gebeuren een dramatische wending. Jezus is weliswaar begonnen met te vragen ‘wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’, maar nu wordt dat omgedraaid in: wie zegt Jezus dat de ménsen zijn? En Jezus zegt: ‘Tu es Petrus, jij bent de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen.’ Petrus, die zo zwak is als mensen maar kunnen zijn en Petrus die tegelijkertijd boven zichzelf uitstijgt om zo sterk als God te zijn, – die Petrus, dat ben jij; dat is waartoe wij mensen geroepen zijn.

Ooit zijn we op het idee gekomen om onze roeping te organiseren in een ambtelijke kerk. En misschien is dat ook helemaal geen zo verkeerd idee geweest. En ja, regelmatig kunnen kerkmensen de verleiding niet weerstaan om van die roeping macht en gezag of erger af te leiden. Maar dan moeten we des temeer steeds weer terug naar waartoe we hier in ons evangelie geroepen worden: ‘Tu es Petrus, jij bent de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen.’

Dat we voor elkaar ‘Petrus’ zijn. Velen van ons dragen Maria in hun naam, maar van Jezus mogen we allemaal ook Petrus heten. Dat we voor elkaar een rots in de branding mogen zijn, dat we met de sleutels voor elkaar deuren openen. Dat we zo zwak al mensen zijn, maar dat we altijd ook weer boven onszelf mogen uitstijgen. Dat we samen de kerk bouwen. Dat we de stenen mogen zijn waarmee we aan een wereld bouwen die steeds dichter in de buurt komt van het koninkrijk van de hemel.

Tu es Petrus.

Ekkehard Muth, 23 augustus 2020