Tegenstrijdige stemmen

Tegenstrijdige stemmen

Mattheüs, 28-32 : Twee kanten.

Twee zonen, twee mensen, gevraagd voor de wijngaard. De een wil niet, maar doet het wel, de ander zegt ja, maar doet het uiteindelijk niet. Twee zonen, twee mensen.

Er wordt een beroep op me gedaan. Wat is mijn antwoord?

  1. Wel willen, maar niet kunnen. Vriendelijk willen zijn, maar niet loskomen van neerslachtigheid. Naar vitaliteit verlangen, maar in starheid gevangen blijven.
  2. Wel kunnen, maar niet willen. Tevredenheid negeren en blijven klagen. Toe zijn aan rust, maar toch doordraven. Contact zoeken, maar het laten zitten.

Twee kanten…… We komen er niet van los. Het is zo! Dat erkennen is een grote stap… te groot soms. Je tekort erkennen….. erkennen dat je eindig bent; het zou dat eeuwige moeten ontkrachten, ruimte maken, ruimte geven! Je tekort, je falen kun je niet afschuiven op je familie. Verantwoordelijk blijf je voor je eigen doen en laten. Je familie, je achtergrond, je levensgeschiedenis verklaart wel wat, maar niet alles. Als je fout zit, verkeerd doet, kun je dat niet recht praten, je kunt je eigen straatje niet schoon vegen. Je kunt je dus ook niet beroepen op de wil van God; alsof Hij het zo beschikt heeft.

Doet de wil van God er dan iets toe? Wat wil God van mij? Hoe kom ik daar achter? Welke opdracht heeft God in mijn leven gelegd? Is dat wat ik zelf wil ? Je houd immers alles graag zelf in eigen hand. Maar je ontdekt dat God met jou bezig is als je in de war raakt. God wil iets met jou…….. wat dan……..hoe dan? Moet ik dat zelf uitzoeken?

Waar kunnen we in deze augustijnse wijngaard beter te rade gaan dan bij Augustinus; die zijn zoektocht zo eerlijk beschreven heeft in de Belijdenissen? Dit hele boek, het eerste ego-document in de wereldliteratuur, getuigt van een rusteloos denker, een man die vaak aandachtig en zorgvuldig in zichzelf keert, een mens die niet alleen wil zijn, die contact zoekt en verbindingen legt, iemand die geleidelijk aan gaat beseffen dat de schepping één en heel is, dat de liefde van God, die in Jezus tastbaar werd, mensen geneest, dat de liefde van God hem, Augustinus, héél kan maken. Het Woord van God krijgt hem te pakken; Augustinus stribbelt tegen. Moet hij dan zijn vrienden loslaten; de vrouwen die hem lief zijn, en andere geneugten van de zinnen? Is dat niet wat teveel gevraagd? ‘Och mijn God, Lieve Heer, wacht nog even. Er is nog zoveel te genieten. Ach geef me daarvoor toch de tijd’ , smeekt Augustinus. ‘Oh Lord, make me pure, but not yet’, zingt Robbie Williams hem na.

Het wordt hem steeds duidelijker dat God hem van binnenuit roept, om zich in vertrouwen over te geven, los te laten en te zeggen: ‘Hier ben ik.’ Hij ontdekt dat God zijn diepste verlangen is: ‘U was binnen en ik zocht U buiten!’ Vriendschappen kunnen verflauwen, liefdes kunnen voorbijgaan, je ziel kun je kwijtraken aan geld, goed en genot. Maar God wil jou in aanraking brengen met je ware wezen, en roept je om op te staan. Maar misschien moet het JA wel eerst door een NEE heengaan, zoals bij Augustinus. En als hij dan eindelijk zijn Ja-woord heeft gegeven, betuigt hij God zijn spijt en zingt: ‘Veel te laat heb ik U lief gekregen. Dank U dat je bent blijven roepen, dat je mijn doofheid hebt doorbroken!’

En…… zoals de eerste zoon vangt hij het werk aan in de wijngaard van zijn Vader, en zal hij de klare wijn schenken waarvan wij nu nog mogen genieten!

(geïnspireerd op het Mediapastoraat 2007)

Joost Koopmans osa, 27 september 2020