Stadsklooster, Stevenskerk

Stadsklooster, Stevenskerk

Johannes 21, 15-20 Stadsklooster, Stevenskerk

‘Driemaal gelogen, driemaal bekend’, zo begint Augustinus in het jaar 412 zijn preek over onze lezing uit het Johannesevangelie; ‘driemaal gelogen, driemaal bekend’. In ons achterhoofd klinkt nog de lezing van het lijdensverhaal, en misschien heb je nog steeds de klanken van de Matteüspassion in je oor wanneer de evangelist in de zingt: ‘und alsbald krähete der Hahn.’ Normaal kondigt de haan het krieken van de nieuwe dag aan, maar toen markeerde de haan de donkerste nacht: Petrus had Jezus drie keer verloochend. – ‘Driemaal gelogen’, zegt Augustinus.

Bij de evangelist Johannes gaat het nooit om het letterlijke verhaal wat hij vertelt. Nee, bij Johannes gat het altijd om het veel grotere verhaal daaronder. En voor dat we indutten en toch alleen maar naar het letterlijke verhaal aan de buitenkant luisteren doet hij bewust wat luikjes open zodat we ook naar de binnenkant kijken: in ons verhaal is dat het feit dat Jezus driemaal vraagt ‘Heb je me lief?’ En het is de wat merkwaardige laatste zin, dat Petrus zich omdraait en dat hij dan net de leerling ziet die bij het laatste avondmaal aan Jezus vroeg wie hem verraden zou.

Misschien denk je dan meteen aan Judas, maar het is Petrus die Jezus wel drie keer verraden heeft. ’Driemaal gelogen, driemaal bekend’. En nu is het een goede vondst van Johannes dat Jezus aan Petrus vraagt om driemaal te bekennen, ‘heb je mij lief?’ Drie dagen geleden was het nog: ‘ben jij soms ook een leerling van die man?’ – ‘Nee, ik niet.’ – ‘Heb je mij lief?’. En opnieuw: ‘Ben jij som ook een leerling van hem?’ – ‘Nee, ik niet.’ – Heb je mij lief?’ En voor de derde keer: ‘Maar ik heb je toch bij hem gezien?’ – ‘Nee, ik ken die man niet.’ – ‘Heb je mij lief?’

‘Driemaal gelogen, driemaal bekend’. Toen de haan kraaide was Petrus al drie keer gestorven. En nu wordt Petrus driemaal tot leven gewekt.

Als Jezus de mens is die we willen worden, dan is Petrus de mens die we gewoon zijn. Vol goede wil en vol ambitie. Terwijl de andere leerlingen zich in de storm achter de reling verstoppen, stapt Petrus uit de boot. Hij wil worden als Jezus, hij wil ook over water lopen. En het lukt hem nog ook, totdat hij zich door de eerste de beste golf van de wijs laat brengen. Petrus verkondigt uit het diepst van zijn hart: ‘Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.’ Maar bij alle goede wil en bij alle ambitie om als Christus te willen zijn blijft Petrus toch een mens zoals u en ik.

In die zin is ons verhaal niet een verhaal tussen Petrus en Jezus, nee, Petrus, dat bent u en dat ben ik. Dan staat ons verhaal al 2000 jaar in de bijbel, maar het is een verhaal van u en mij in het hier en nu.

We willen alles doen om het virus eindelijk de kop in te drukken, maar we stappen toch op het vliegtuig naar Rodos. We staan vierkant achter de maatregelen, maar we roepen ook dat de terrasjes open moeten. We verlangen ernaar om als Christus te kunnen zijn, maar we komen niet verder dan Petrus ook.

‘Heb je mij lief?’ – Jezus vraagt niet naar hoe standvastig we wel of niet zijn, maar hij vraagt: heb je mij lief? Driemaal heeft Petrus Jezus verloochend. Driemaal vraagt Jezus: ‘Heb je mij lief? Driemaal is Petrus in de diepste nacht van zijn leven gestorven. En driemaal wordt hij nu uit de dood opgewekt. Met Pasen hebben we de verrijzenis van Jezus gevierd, vandaag is het Petrus die opstaat – vandaag staan wíj op.

Ekkehard Muth, 18 april 2021