Het licht zal over je komen

Het licht zal over je komen

Lucas 1, 26-38 4e advent

‘Wees gegroet Maria’, zo bidden wij nog steeds, ‘Gij zijt de gezegende onder de vrouwen’. Soms doen we daar misschien een beetje besmuikt over, en vinden we een weesgegroetje een beetje ouderwets. Maar als je goed kijkt, dan is dit misschien de allerbelangrijkste zin in de hele bijbel. Dat de engel bij Maria komt is misschien de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van God en zijn mensen.

Hier wordt namelijk niets anders gezegd dan dat God en mensen gemeenschap zullen hebben. Herman Finkers zou niet schromen om dat ook een erotisch gebeuren te noemen. Maria zegt nog: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ Nee, zegt de engel, ‘de heilige Geest zal over je komen.’ Kortom, God en mens hebben gemeenschap met elkaar, God en mens versmelten zo met elkaar zoals alleen maar geliefden met elkaar kunnen versmelten.

Dichterbij kan God niet bij zijn mensen komen, en wij mensen kunnen ook niet dichterbij God komen.

Het zou je toch maar gebeuren: ‘de heilige Geest zal over je komen.’ – En precies daarom steken we op de adventskrans één voor één de kaarsen aan, we beginnen met één kaars, en vandaag steken we alweer de vierde en laatste kaars aan. Maria, misschien is zij juist daarom uitgekozen, heeft geen tijd om het te bevatten, maar zij zegt meteen: ‘laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maar wij hebben er blijkbaar een beetje meer aanloop voor nodig. Het zou je toch maar gebeuren dat ‘het licht over je komt’, dan kunnen we er beter maar stap voor stap naartoe leven.

En zeker wanneer er helemaal niet zoveel licht is in je leven. Omdat je misschien ziek bent, of omdat je de eindjes niet aan elkaar kunt knopen, of omdat je verdriet hebt, of omdat je met kerst alleen zult zitten en je niet weet hoe je het in de nieuwe lockdown allemaal moet bolwerken. – Hoe moet je dan geloven dat het licht zal komen?

Misschien is het inderdaad zoals met mensen die gemeenschap met elkaar hebben. Soms kan je het helemaal niet geloven dat de ander van je houdt. En toch is er de liefde tussen jullie. Zelfs als je even niet echt ruimte voor elkaar hebt, en zelfs als je ruzie hebt, dan nog is de liefde gewoon aanwezig. En soms moet je af en toe weer één voor één lichtjes aansteken om de liefde opnieuw te kunnen zien.
Misschien is het daarom dat Maria gelijk kan zeggen: ‘laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Want natuurlijk wil God gemeenschap met zijn mensen, natuurlijk wil God dat we leven in het licht, natuurlijk is de liefde zo groot dat God met zijn mensen wil versmelten. Dat was altijd al zo, maar bij ons raakt het steeds maar weer ondergesneeuwd, en moeten we het opnieuw ontdekken.

Dan denk je misschien dat je in het donker zit, maar het licht is al over je gekomen. Dan zit je te verlangen naar licht, terwijl het al lang in je brandt. Augustinus zegt: ‘ik zocht u buiten, maar u was in mij.’ Het licht is al over je gekomen en het wil telkens weer geboren worden.

Vandaag steken we de vierde kaars aan op de adventskrans. Het is de laatste kaars, meer ‘hints’ zijn er nu niet meer. Nog één stap en de herders staan in het felle licht van de engelen, nog één stap en de ster gaat stralend op boven de stal, nog één stap en het licht wordt ook door jou geboren.

Wees gegroet, Maria. Wees gegroet, mens. Wees gegroet jij en jij en u en ik. Het licht zal over jullie komen. Laat er dan met ons gebeuren zoals de engel heeft gezegd.

Ekkehard Muth, 20 december 2020