Het heeft geen nut, maar het heeft wel zin.

Het heeft geen nut, maar het heeft wel zin.

Matteüs 5, 43-48 Leviticus 19, 1-2; 17-18

Prins Carnaval heeft de sleutel van de stad in handen. Burgemeester en wethouders mogen weliswaar in het stadhuis belangrijk blijven doen, maar de macht ligt in handen van Prins Mark I. en zijn kabinet. Eindelijk gaat het er anders aan toe, niet meer dat saaie grijze leventje van ons, nu is het feest. Pronkzittingen in plaats van vergaderingen, kroegentochten in plaats van ons dagelijks geploeter, kleurrijke carnavalsoptochten in plaats van als maar weer dezelfde grijze dames en heren in de Tweede Kamer. En in plaats van dat alles altijd keurig en netjes verloopt is het boerenbruidspaar in de onecht verbonden.

In de film ‘De beentjes van Sint Hildegard’ zegt Herman Finkers op een gegeven moment: ‘Het heeft geen nut, maar het heeft wel zin.’ Die uitspraak heeft hij vroeger thuis vaak gehoord: het heeft geen nut, maar het heeft wel zin. — Carnaval heeft geen nut, maar het heeft wel zin. Natuurlijk heeft het geen nut om teveel te drinken en dingen te doen die je anders waarschijnlijk nooit in je hoofd zou halen. Maar het heeft wel zin om op die manier jezelf en alles wat je anders zo verschrikkelijk belangrijk vindt een keertje te relativeren.

Het heeft geen nut om je te verkleden, maar het heeft wel zin om zo vanaf een afstand naar jezelf te kunnen kijken. Het heeft geen nut om de zorgen van je leven van je af te zetten. Het heeft geen nut om anderen en jezelf op de hak te nemen. Maar het heeft wel zin want het is een reset van je leven.

‘Straks is het weer Aswoensdag, is alles voorbij’, zingen de feestvierders op vastenavond. Maar is dat zo? — Ja, prins carnaval geeft het gezag weer terug, het carnavalskostuum verdwijnt in de wasmachine, de praalwagen gaat terug naar de loods, en wij slikken nog een paracetamolletje. En dan pakken we ons gewone leven weer op waar alles nut moet hebben, maar waar we ons afvragen of het allemaal wel zin heeft.

‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten,’ zegt Jezus. Dat is het oude denken waar het alleen om nut gaat. Natuurlijk is het nuttig om je naaste lief te hebben en het is ook nuttig om je vijand te haten. Maar heeft het wel zin? De haat tegen je vijand zal uiteindelijk ook de liefde voor je naaste verpesten.

Jezus gaat daarom verder: ‘En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.’ — Maar ja, heeft dat nou zin? Ja, zegt Jezus, want ‘dan zijn jullie kinderen van je Vader in de hemel’. Dan overstijg je jezelf. Je relativeert jezelf, je kijkt op een heel andere manier naar jezelf en de ander. En je geeft je leven een reset, zodat alles weer frisser en soepeler loopt. — Het is eigenlijk net carnaval vieren. — Of om het wat deftiger met Leviticus te zeggen: ‘Wees heilig, want ik, de Heer, jullie God, ben heilig.’

Jezus, net als de carnavalsvierders ook, staat hier voor een nieuwe orde. Hij verkondigt een wereld waar het niet alleen om nut gaat maar vooral om zin.

Dat hebben we een beetje uit het oog verloren. We leven in een samenleving waar het om nut gaat. Alles wat we doen moet nuttig zijn. Voor wat hoort wat. Het moet geld opleveren, zorginstellingen moeten winst maken, politieke standpunten moeten kiezers opleveren, het onderwijs moet mensen opleveren die nuttig zijn voor de economie. En voor we er erg in hebben zien we mensen steeds meer als instrument en zien we niet meer de eigen waarde, laat staan de heiligheid. Dat kan zelfs zover gaan dat je als oudere denkt: ik kan niets meer doen, ik kan niets meer bijdragen dus ik heb geen nut meer. En omdat je geen nut meer hebt denk je meteen ook dat jouw bestaan dan ook geen zin meer heeft. — Voor dat je dan je euthanasieverklaring op tafel legt, wens ik je toe dat je met Herman Finkers kunt zeggen: het heeft geen nut, maar het heeft wel zin.

Op Aswoensdag zullen we weer ons askruisje halen. ‘Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren.’ Gedenk, mens dat je niet afgerekend wordt op je nut, maar op je zin. Gedenk, mens dat je stof bent, relativeer jezelf, kijk op een andere manier tegen jezelf en tegen de ander aan, geef jezelf een reset zodat je weer als nieuw kunt beginnen.

‘Straks is het weer Aswoensdag, is alles voorbij’ Nee, het is niet voorbij, maar het gaat juist door. Eigenlijk blijven we carnaval vieren. We blijven namelijk juist gaan voor een nieuwe orde. We blijven gaan voor een wereld waar ons bestaan en wat we doen zin heeft en niet perse nut. We blijven gaan voor een leven waarin we onszelf en de ander als heilig zien, omdat we meer kinderen van de Vader zijn dan we misschien van de ander en ook van onszelf dachten.

Carnaval zou eigenlijk toch bij de hoogfeesten van de kerk moeten horen. Laten we doorgaan.

Ekkehard Muth, 23 februari 2020