Het enige dat telt!

Het enige dat telt!

Ezechiël 34 ‘God als herder’ en Mattheus 25, 31-46. ‘Het oordeel’

Hoe vaak zien we het niet gebeuren bij een volk dat wordt onderdrukt? Hoe meer de ontevredenheid groeit, hoe meer de revolutie broeit.
Dan staat er iemand op die het voortouw neemt, voorop gaat in de strijd om mensenrechten. Hij/zij wordt van onderop tot nieuwe leider gekozen.
Maar hoe vaak is het al niet gebeurd dat ook deze nieuwe leider zich gaandeweg als dictator gaat gedragen? Of als twijfelaar…..

Hij / zij begint goed, maar gaat gaandeweg in de fout, kan de luxe niet aan, of kan niet op tegen de heersende macht….
Het is een herhaling van de geschiedenis die je ook in de Bijbel terugleest. Eenmaal gesetteld in hun nieuwe land, wilde Israël, net als volkeren in hun omgeving, ook een koning hebben. Verzet kwam er aanvankelijk van de profeten. Hadden zij niet gezien dat de meeste koningen dwingelanden waren? Dat zij eerst naar zichzelf keken en daarna pas de mensen zagen? Mensen waren immers hun onderdanen, met de nadruk op onder. Maar ….. een koning van Israël zou handen en voeten moeten geven aan God zoals de profeet Ezechiël die schetst. Hij vergelijkt God met een zorgzame herder, die het vermiste schaap gaat zoeken, het verdwaalde terugbrengt, het gewonde verbindt en het zieke schaap weer op krachten laat komen. Er waren maar weinig koningen die daarop leken. Ook zij begonnen goed, gedroegen zich aanvankelijk als herder, maar eindigden als heerser.

Toen in het midden van de tijd, stond er iemand op die het anders wilde gaan doen; die metterdaad werk maakte van het oude visioen van de profeten over de komst van Gods Rijk in deze wereld. Zijn naam: Jezus van Nazareth. Zijn leerlingen zagen in hem de man die het Koninkrijk van David kwam herstellen. Een rijk in politieke zin. Jezus heeft aangevoeld dat ze hem tot koning wilden uitroepen. Hij heeft de verleiding van de macht gekend; gevoeld hoe gemakkelijk het is om bij populariteit misbruik te maken van je positie en mensen te manipuleren, zeker als ze je er ook nog toe uitnodigen. In zulke crisessituaties trok Hij zich terug om zich opnieuw te oriënteren op zijn roeping. En dan kwamen profetische beelden weer bij hem op, zoals die van Ezechiël over God als goede herder. Als zijn zoon wilde Hij gestalte geven aan dat herderschap. Niet uit zijn eigen macht dus, maar zichzelf in dienst stellen van Gods Rijk; opkomen voor de armsten van het volk, verdrukkers weerstaan en borg staan voor vrede en gerechtigheid.

Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar wordt ook óns gevraagd een bijdrage te leveren aan de komst van Gods Rijk. Om in een wereld waarin vaak Koning Hebzucht en Koning Hoogmoed regeren, zorg te dragen voor hen die honger en dorst lijden, voor hen die vreemdeling zijn, naakt, ziek en gevangen.

Daarbij moeten we denken aan de grote noden in onze wereld, maar we mogen het ook dichterbij houden: heel dichtbij is er eigenlijk geen echte hongersnood, maar er zijn genoeg mensen die hongeren, die hunkeren naar een glimlach, een luisterend oor en echt meeleven. Respect voor vreemdelingen is niet alleen zorg hebben voor allochtonen: ook heel dichtbij mogen we mensen die anders zijn – ‘de vreemde ander’ – niet zomaar links laten liggen. Naakten kleden doen we bijvoorbeeld door inzamelingen voor de Kledingbank; maar het is ook: mensen verdedigen die ten onrechte in hun hemd zijn gezet. Zorgen voor zieken kunnen we via een bijdrage aan de Nierstichting, het Kankerfonds enzovoort, maar ook door attent te zijn voor zieken in onze eigen omgeving. Gevangenen helpen bevrijden kan door onze inzet voor Amnesty International [vandaag zou onze Amnestygroep de viering verzorgen , met Kerstmarkt en al, maar vanwege de Corona-maatregelen kon dit helaas niet doorgaan ], maar ook dichtbij zitten mensen geïsoleerd, alleen gevangen in eenzaamheid. ‘In de ogen van al die mensen kijkt God ons aan’, zegt Jezus.

En Augustinus zegt: ‘God heeft niets van ons nodig. Maar mensen rondom ons hebben ons nodig. Als wij aan hen geven, is Hij het die ontvangt’.

Vandaag, op het einde van het kerkelijk jaar, en ooit aan het einde der tijden, of ook: aan het einde van je leven, is er maar één vraag: leefde je aan de ander voorbij of heb je een bijdrage geleverd aan de komst van Gods Koninkrijk, door aandacht te schenken aan de minsten en geringsten?
Dát is het enige wat telt!

Joost Koopmans osa, 29 november 2020