Een profetisch alternatief na Corona?

Crisis betekent zowel bedreiging alsook kans. Gaan we, blij dat we de bedreiging hebben doorstaan, na de coronacrisis weer over tot de orde van de dag? Of pakken we juist de kansen die de crisis ons heeft gebracht?

Met het initiatief ‘Een profetisch alternatief na Corona?’ bezint Stadsklooster Mariken en Pelgrimshuis Antonius zich op de traditie van de oudtestamentische profeten. In crisissituaties zagen zij juist de kansen voor een alternatief, het visioen en een toekomst van een heel andere orde. De coronacrisis heeft laten zien dat de oude orde niet meer draagt en dat we nieuwe perspectieven nodig hebben.

Lees, kijk en luister naar denkers, deskundigen en gewone mensen — profeten in deze bijzondere tijd.

Jos Roemer

Jos Roemer

Waar vindt mijn hart rust?

 

 

Jos Roemer

Theoloog, en al ruim dertig jaar werkzaam in en voor het onderwijs.

 

1.     Over een crisis tijdens een crisis tijdens een crisis…

 

We zijn getuigen van protesten tegen racisme, wereldwijd. Naar aanleiding van het zoveelste racistische incident in de V.S. komen mensen de straat op, ook in ons land. Ook wij kennen onze schrijnende verhalen: over Mitch Henriquez in Den Haag, over de sollicitant met de ‘onhandige’ achternaam, over de voetballer die in Den Bosch in tranen het veld verlaat, de rapper met de te dure auto die telkens aangehouden wordt, de belastingdienst die etnisch profileert… Blijkbaar is de kritische grens bereikt, ineens komt alles eruit: genoeg is genoeg, silence is violence. Racisme blijkt diepgeworteld, we moeten allemaal in de spiegel kijken. Tal van voorbeelden van racisme in ons land komen voorbij in de media. Ze stemmen de ontvankelijke lezer tot bezinning.

Verscherpt dit het identiteitsvraagstuk? Burgemeester Halsema krijgt de volle lading vanwege haar optreden tijdens de demonstratie op de Dam, maar ze krijgt evenveel lof toegezwaaid. “Halsema stond op de Dam politiek te bedrijven met haar button!” “Deze kritiek leidt af van waar het écht om gaat!” Rutte erkent dat hij anders is gaan denken over Zwarte Piet. Tegelijk is er een grote groep mensen voor wie geldt:“Zwarte Piet hoort bij de Nederlandse cultuur!”

 

Ondertussen waart het Coronavirus rond. Ons normale leven is tot stilstand gekomen. Onze wereld wordt kleiner: we gaan thuiswerken, even geen cafébezoek, geen feestjes, geen onnodige tripjes.

Maar na twee maanden wordt de roep om versoepeling steeds luider. Bedrijven en zelfstandigen krijgen het moeilijk, ze verliezen inkomen.

Op televisie wordt weer reclame gemaakt voor vliegvakanties. De cafés en terrassen, musea en theaters mogen weer voorzichtig open. Kinderen gaan weer naar school, het openbaar vervoer hervat haar reguliere diensten, mét mondkapjes. Op het journaal vertelt een mevrouw dat ze het funshoppen zo heeft gemist. De lockdown gaat waarschijnlijk tot een diepe recessie leiden. Komend najaar zal een golf van faillissementen te zien geven.

 

Eventjes is de klimaatcrisis naar de achtergrond verdrongen. Maar wie ernaar op zoek gaat kan in de krant nog steeds de onheilspellende berichten lezen over de vermindering van bio-diversiteit, de toename van CO² uitstoot en de ermee gepaard gaande bedreiging van natuurgebieden, de stijging van de temperatuur op aarde, de voortgaande ontbossing van het Amazone-gebied. Het is een crisis in slow-motion.

In Siberië heeft recent een milieuramp plaats gevonden, ondertussen smelt de permafrost in dat gebied met een explosie aan CO² tot gevolg.

 

2.     … en de emoties die het oproept.

 

Verlangen.

Verlangen naar een wereld ná Corona. Nu hebben we de kans om de zaken anders te organiseren, ‘never waist a good crisis’. We krijgen tijd om tot bezinning te komen, we komen tot stilstand, tot rust. We kunnen nadenken over wat we écht belangrijk vinden, wat we écht nodig hebben. Een terugkeer naar het ‘oude normaal’ is uitgesloten, toch?! Door het Coronavirus worden we als het ware geholpen om ons samenleven anders in te richten. Meer op ‘zijn’ en minder op ‘hebben’ gericht. Meer op ‘samen’ en minder op ‘ik’ gericht. Een recent verschenen boek heeft als titel ‘Anders verder’. Want dat is waar we naar verlangen, toch?

 

Hoop.

Het tragische overlijden van George Floyd laat ons ook nadenken over ons samenleven in Nederland. Zoveel protest, zo’n brede en diverse opkomst, het wekt hoop. Zou het nu eindelijk afgelopen zijn met die discriminatie? Zelfs in de regen stond het Goffertpark in Nijmegen vol. De demonstraties verlopen vooral vreedzaam, in de V.S. sluiten politiecorpsen zich aan bij de demonstranten.

Tijdens de lockdown zien we ineens zoveel hulpvaardigheid, zoveel creativiteit, zoveel pareltjes van menselijkheid. Zie je wel, de meeste mensen deugen.

 

Kwaadheid.

We mogen weer met trein en bus, maar tweederde van de zitplaatsen mag niet bezet worden. We mogen weer naar het café, maar maximaal met 35 personen. Ook theaters en schouwburgen mogen mondjesmaat open. Maar in vliegtuigen mag men schouder aan schouder zitten. “We hebben hypermoderne luchtfilters; en iedereen zit met de neus dezelfde kant op, met een mondkapje” luidt het verweer. “Maar in het theater zitten de mensen toch ook met de neus dezelfde kant op?!”, reageert Claudia de Breij verbolgen die het met bijna lege zalen moet doen.

We gaan weer naar de Spaanse stranden. Twee hoogopgeleide jongeren praten hun cognitieve dissonantie vakkundig goed in de krant:”We zijn niet hypocriet, maar hypokritisch. We denken er eerst zeer goed over na.” “Of we met onze milieubewuste opstelling hypocriet zijn? Dat is niet de juiste vraag. In welke wereld willen we leven, dát zou de vraag moeten zijn”. De striptekenaar van Trouw maakt twee dagen later korte metten met deze opstelling.

Een cafébaas roept zijn klanten op om zondag naar zijn terras te komen, waar hij de bezoekers zal verrassen met een heerlijke Argentijnse rib-eye, zó van de barbecue. In de krant lees ik dat het aantal reserveringen voor een cruise-vakantie weer stijgt. Gaan we dan weer gewoon terug naar af, verder met het vernietigen van de aarde?!!

 

Vrees.

De Coronacrisis dreigt met name de allerarmsten het hardst te raken, zie de onevenredig grote aantallen slachtoffers onder de zwarte bevolking in de VS, in de townships van Zuid-Afrika, onder de dagloners in India, onder de bewoners van de favelas in Brazilië en onder de arbeidsmigranten in ons land.

In Noorwegen verdwijnt een stuk land in zee met acht huizen erop, vermoedelijke oorzaak de klimaatverandering. De lockdown zou een paar jaar moeten duren om de stijging van de temperatuur op aarde te beperken tot anderhalve graad, maar na drie maanden hunkeren we weer naar ontspanning. Een voormalig medewerker van het RIVM waarschuwt: we rennen als lemmingen op de afgrond af.

 

Schuldgevoel

Onze op consumptie gerichte levensstijl levert een belangrijk aandeel aan de klimaatcrisis. En precies die levensstijl belichaam ik ook. Ik ben (nog steeds) geen vegetariër, ik heb een auto, woon in een ruim huis. Wie ben ik om af te geven op hen die meteen al een vliegvakantie hebben geboekt, die ieder weekend in hun tuin barbecueën, die twee auto’s hebben… Gevalletje ‘balk in eigen oog’? Tot welke acties zetten de beelden op het journaal mij aan? Schuld afkopen met een vrijblijvende donatie?

 

Onzekerheid

Klimaatscepsis heeft voor de gemiddelde ontwikkelde Nederlander inmiddels afgedaan, maar verder heerst er nog veel onzekerheid. Kunnen we met technologische innovaties het tij keren, zoals sommigen beweren? Er is in de afgelopen decennia veel bereikt op het vlak van milieuzorg. De grote rivieren in ons land zijn schoner dan een halve eeuw geleden, de lucht is schoner. Maar dan verschijnt er weer een nieuw fenomeen in het nieuws: fijnstof. Hoe schadelijk is dat? Veel onderzoek is nodig, veel weten we nog niet. En wetenschappers zijn het lang niet altijd met elkaar eens. En dan is er ook nog het gevaar van fake news…

 

Onmacht

Het lijkt wel alsof we gevangen zijn in een levensstijl, waaruit ontsnappen nauwelijks mogelijk is. Wat kunnen we doen om de opwarming van de aarde te stoppen? Kleine beetjes lijken niet te helpen, het moet radicaal anders. Wat betekent dat voor mij? De auto van de hand doen, het huis verkopen, op de hei gaan wonen?

Van politici hoeven we niet veel te verwachten. De ene na de andere klimaattop eindigt met mooie woorden, beloften, voornemens, plannen, nieuwe toppen. Economische grootmachten als de V.S., China en Rusland lijken hun economie en geopolitieke macht voorrang te geven. Je voelt je als een zwemmer in zee, die een tanker probeert tegen te houden.

 

3.     Waar vindt mijn hart rust?

 

Wat geeft mij richting, wat houvast in deze turbulentie? Wat moet ik doen, wat laten? Wie wil ik zijn, wat geeft mij rust? ‘Nood leert bidden’ en ten langen leste keer ik me tot mijn geloof. Vind ik daar een antwoord? Want als niet daar, dan waar?

Ik kies voor de persoon van Johannes de Doper. Op de een of andere manier meen ik iets van mijn onrust, van mijn kwaadheid te herkennen in dit personage. Welke inzichten bieden de teksten over deze persoon mij? Vind ik hier rust, inspiratie, oriëntatie?

In het navolgende doe ik verslag van mijn bevindingen.

 

3.1.  Eerste kennismaking

Johannes de Doper kennen we uit de evangeliën van het Nieuwe Testament. Alle vier de evangelisten schrijven over hem; blijkbaar vond men deze persoon belangrijk genoeg.

Bij Marcus en Matteüs lezen we iets over zijn uiterlijk en levensstijl: hij droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel en hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Mogelijk was Johannes lid van een Joodse sekte, de Essenen. Deze club hield er nogal extreme opvattingen op na en geloofde dat het einde der tijden nabij was. Het enige dat de mensen nog konden doen was pure zuiverheid nastreven.

We lezen ook iets over zijn temperament: in Lucas en Matteüs lezen we dat hij flink tekeer gaat. “Addergebroed!”, zo voegt hij de Farizeeën en Sadduceeën toe volgens Matteüs. Maar Lucas laat hem in deze termen zelfs tekeer gaan tegen ‘de mensen’. Niemand ontsnapt aan de toorn van Johannes. “Ja, de bijl ligt al aan de wortel van de boom!” Om zijn kritiek kracht bij te zetten citeert Johannes een vertrouwde religieuze bron: de profeet Jesaja. Niet de eerste de beste dus, waarmee Johannes zijn aanklachten van een religieuze basis voorziet.

De auteurs situeren Johannes ‘in de woestijn, bij de rivier de Jordaan’. Dit heeft sommige exegeten verleid om te denken dat de auteurs hiermee de intocht in het Beloofde Land in herinnering willen roepen. Bij de Jordaan kwam men Israël binnen. Johannes roept als het ware op om Israël waardig, zuiver binnen te komen, omdat het om het Beloofde Land gaat. Het ritueel dat in de rivier plaats vindt symboliseert dus misschien wel ‘even door het water gaan om Israël opnieuw binnen te treden’.

En de mensen? Die komen in drommen (“Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe…”) en buigen ootmoedig het hoofd (“… en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden”).

 

3.2.  Wat gebeurt er écht?

Wie theologie gaat studeren leert al snel dat je Bijbelteksten kunt lezen vanuit het besef dat ze historisch ontstaan en maatschappelijk gesitueerd zijn. Met andere woorden. Ze zijn geschreven nadat de gebeurtenissen zich al hebben afgespeeld en de auteur wil met de tekst iets bereiken. Zo heeft de auteur van het Lucas-evangelie besloten om over de geboorte van Jezus te schrijven dat deze gebeurtenis omgeven werd door engelen, een stralend licht en een hemels koor. Het gaat per slot van rekening om de geboorte van Gods zoon!

Ook het verhaal over de ontmoeting van Jezus met Johannes de Doper wordt op deze manier post facto geconstrueerd. De auteurs van de evangelies introduceren alle vier de Heilige Geest, die als getuige wordt opgeroepen om aan te geven dat hier sprake is van ‘mijn geliefde Zoon’. Niet helemaal duidelijk wordt of deze stem uit de hemel en het verschijnen van de Heilige Geest door iedereen gezien wordt (Lc. 3, 21-22) of alleen door Johannes (Joh. 1, 32) of alleen door Jezus (Mc. 1, 10). Maar als lezer worden we opgeroepen om ons te realiseren dat hier iets belangrijks plaats vindt. Maar wát dan? Ervan uitgaande dat stemmen uit de hemel en neerdalende duiven fictieve creaties zijn, blijft de kale vraag over: wat zou daar écht kunnen zijn gebeurd? Zou er iets hebben plaats gevonden, waar ik me een voorstelling van kan maken?

 

Van de evangelisten worden we niet veel wijzer. Lucas en Marcus schrijven niets waaruit we zouden kunnen opmaken wat Johannes heeft ervaren. Matteüs laat Johannes aarzelen als Jezus ineens aan de beurt is om gedoopt te worden (“Ik zou door ú gedoopt moeten worden en dan komt u naar mij?!”). Het evangelie van Johannes geeft ons de meeste informatie. “De volgende dag zag hij Jezus naar zich toekomen en hij zei:’Daar is het lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt’”. En ietsje verderop:”Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij:’Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest’”.

 

Ik stel me een Johannes voor, die kwaad is (‘addergebroed’), die hoopvol en verlangend is (‘ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven’), angstig (‘de bijl ligt al aan de wortel van de boom’) en onzeker (‘ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken’). Iemand die aan de rand van de samenleving is terecht gekomen, getuige zijn kleding en zijn verblijfplaats. Ik stel me ook mensen voor, die schuldbewust zijn (‘de mensen vroegen hem: wat moeten we dan doen?’). Iemand roept hen toe om tot inkeer te komen en vergeving van zonden te zoeken en ‘de mensen lopen massaal uit om zich door hem te laten dopen’.

En zo staat er een rij mensen, die wachten tot ze aan de beurt zijn om deze betekenisvolle handeling te laten geschieden. Allemaal vol emoties; Johannes kwaad en tegelijk verlangend naar een betere tijd, de mensen schuldbewust en verlangend naar zuiverheid. Met veel kracht en passie zie ik Johannes de mensen door het water trekken. En de mensen laten zich met gebogen hoofd trekken. En dan staat daar ineens Jezus voor hem. Hoe lang zal het moment geduurd hebben, dat deze twee mannen elkaar aan keken en er iets gebeurde? Een seconde?

Het ritme van het dopen wordt onderbroken. De handeling, die mogelijk is door complementair gedrag, hapert. Want de kwade oproeper heeft een schuldbewuste ootmoedige nodig. En nu staat daar iemand die niet-complementair gedrag vertoont. Sterker nog, het gedrag van Johannes komt tot stilstand. Wat heeft Johannes gezien, wat bracht hem uit zijn ritme, van zijn stuk?

 

Wat ik hierna ook zal bedenken, ik realiseer me dat mijn ingeving tot stand komt vanuit een specifieke vraagstelling en een specifieke situatie. Ik zou hier, om het vervolg te kunnen verantwoorden, mijn doopceel moeten lichten om zodoende begrip te krijgen voor wat ik verder bedenk. Ik zou moeten schetsen hoe ik na een traditionele katholieke opvoeding in de zestiger jaren de weg van het verzet tegen de burgerlijke, kapitalistische samenleving in sloeg. Hoe ik na omzwervingen toch nog terecht kwam in de wereld van de theologie. En hoe ik de golf van de secularisering kon weerstaan omdat mijn godsbeeld vrij eenvoudig is: God = liefde (1Joh. 4, 16).

Dan kan er maar één ding gebeurd zijn: Johannes’ fanatisme smelt als sneeuw voor de zon omdat hij ineens iemand voor zich ziet die liefde uitstraalt. Geen schuldgevoel, geen passief ondergaan, geen gebogen hoofd en ootmoed; iemand die Johannes liefdevol aankijkt. Dát moet er gebeurd zijn!

 

Maar waarom eindigt het verhaal daar dan? Voor hetzelfde geld had Johannes kunnen denken: nou, deze is al aardig op de goede weg! Maar het verhaal van Johannes eindigt hier (en een stukje verderop nog wat dramatisch aangezet met zijn onthoofding, alsof er ook écht een hoofdstuk wordt afgesloten). Hier eindigt een perspectief op mens en wereld dat vanaf dat moment fundamenteel anders wordt ingezet. Johannes gaat niet meer gebukt onder de druk van ‘de wereld’ die bedreigd wordt en ‘de mensen’ die op de verkeerde weg zijn. Voor hem gloort nu de vrijheid van de liefde. Doe wat je doet met liefde, dan is het goed. ‘De wereld’ en ‘de mensen’ hebben niet meer het initiatief, de liefde heeft het initiatief. Johannes’ kwaadheid en verlangen, zijn vrees en hoop, zijn aanklachten en activisme komen tot rust.

 

3.3.  En nu?

Waar vindt mijn hart rust? Voor mij resulteert deze kennismaking met de ervaring van Johannes de Doper in twee voornemens.

Ten eerste: zoek de rust.

Voor mij betekent dat om te beginnen matigheid in het consumeren van nieuws omtrent de situatie in de wereld. Voorts betekent het dat mijn gewoonte om tijd voor ‘niets doen’ te nemen opnieuw opgepakt en beoefend/geoefend moet worden. ‘Niets doen’ kan overigens ook wandelen zijn, of lezen, of op een bankje naar de rivier kijken.

Ten tweede: hernieuw zeer geregeld deze ervaring van Johannes de Doper. Iedere avond vóór het slapen gaan bijvoorbeeld? Na verloop van tijd zou er een houding kunnen ontstaan, die vergelijkbaar is met de rust van Johannes.

In feite heb ik zojuist twee kenmerken van deugdzaam leven beschreven: streef matigheid na in het consumeren (van nieuws maar eigenlijk van alles wat er te consumeren valt) en oefen, zodat er een gewoonte, een ‘habitus’ kan ontstaan.

Over de deugd van matigheid zei Thomas van Aquino ooit dat de zin ervan gelegen is in de gemoedsrust. Ook anderen spreken in deze zin over matigheid: het leidt tot innerlijke harmonie, vriendschap van de mens met zichzelf, zelfliefde.

En zo kan er een oriëntatie ontstaan in deze hectiek van de crisis tijdens de crisis tijdens de crisis. Een oriëntatie op oefenen en voor ogen houden dat het initiatief ligt bij de liefde.

 

 

Vera Snuverink_2

Vera Snuverink

'Laat ik de mensen die ik om mij heen heb dichter naar mij toe trekken.'

 



Vera Snuverink
25 jaar
getrouwd op 14 mei 2020
master islamstudies Radboud Universiteit Nijmegen
werkt als leerlingbegeleider op het Citadelcollege

Paul Schipperheijn

Van dag tot dag leven om te overleven en toch ook vol vertrouwen verder…..



Paul Schipperheijn, boekhandelaar 

Het coronavirus raakt mij en mijn omgeving / gezin / familie natuurlijk vooral door de angst dat naasten of ik zelf ziek zal worden. En hoe ziek ?! Thuis in quarantaine of zelfs opname op de ic? En wat dat voor gevolgen heeft, je hebt doordeweeks zoveel “verplichtingen”, en kan je die, en dan moet je die zomaar laten voor wat ze zijn. Mocht ik ziek worden dan belast ik mijn naasten met zoveel gedoe. Ik ben mensen niet graag tot last.

 

Met mijn moeder van 94 in het verpleeghuis is het nu lastig / moeilijk. Ze begrijpt alles rondom het coronavirus gelukkig nog wel. We beeldbellen, maar wat zij vooral mist is de aanraking. Ik merk dat zij de laatste weken somberder wordt, droeviger. Het duurt zo lang herhaalt ze steeds. Gelukkig is sinds vorige week bezoek van (nu nog alleen) mijn broer aan haar weer toegestaan.

 

Ik vind het volhouden vooral een kwestie van dag voor dag Proberen niet te veel te piekeren. Geen plannen maken voor de toekomst, alhoewel we nu toch wel weer aan de zomervakantie en even weg beginnen te denken. Ik ben wel bang dat we met zijn allen te hard van stapel lopen. Dat we in onze portemonnee zo afhankelijk zijn van onze “oude” manier van leven en werken dat we daar dus niet zonder kunnen. En dus maar uit de lockdown moeten gaan. Maar goed, ik heb makkelijk praten, boeken verkoop ik nog steeds, maar wat voor die mensen die momenteel helemaal geen inkomen hebben.

 

Ik ben wat pessimistisch gestemd over of we “straks” op een andere manier gaan leven en werken. Er zal wel wat veranderen, maar zouden we nu echt minder gaan autorijden, vliegen, consumeren? Ik denk niet genoeg om een verschil te gaan maken. We zijn zo afhankelijk geworden van produceren en consumeren. Gratis geld voor iedereen, zoals Rutger Bregman in zijn boek o.a. voorstelt zou een idee kunnen zijn. Kijk maar naar klimaatverandering, droogte. Er wordt nu gevraagd de tuin niet te besproeien en geen zwembadjes te vullen. Wat doen de studenten naast ons, die kopen en vullen een bad met een diameter van 5 meter en een hoogte van 1 meter. En we zijn toch voor / met de toekomst van hun bezig.

 

Het is zo moeilijk oude gewoontes af te leren. Of je zou in een permanente crisissituatie / nieuwe situatie terecht moeten komen waardoor we gewoon geen andere keuze meer hebben dan de boel helemaal om te gooien c.q. onze maatschappij anders te organiseren. Hoeveel doden moeten er vallen voordat de schellen van onze ogen vallen?

 

Ik zie bij mijn eigen kinderen niet echt angst voor de toekomst. Zij zijn vooral bezig hun leven te organiseren rondom alle nieuwe regels en beperkingen. Of ze laten het niet merken.

Mijn vrouw Herma is bezig met de deeltijdstudie PABO. Deze coronatijd gooit wat dat betreft roet in het eten. Het duurt allemaal langer / trager / moeilijker. Vergt veel meer energie.

 

Wat mijn werk betreft gaat het goed, men heeft toch meer tijd gekregen om te lezen en onze klanten zijn zo met de boekhandel begaan dat ze boeken blijven kopen, zelfs meer. We krijgen nieuwe klanten, die voor het eerst bij ons in de winkel komen c.q. bestellen. Er wordt door sommige klanten beter nagedacht waar wat aan te schaffen. Bij de hele grote (internet-) jongens of bij de winkel in straat (die toch ook meestal een eigen webshop heeft).

Het werken vind ik wel vermoeiender geworden, de omgang met klanten, met je medewerkers (die partners hebben die binnen de risicogroep vallen). Ik moet veel meer rekening houden met, misschien doe ik dat wel te veel, te snel. Ik voel wel dat ik daardoor tegen mijn grenzen aanloop. Zit zo nu en dan tegen / net over de grens van overwerkt zijn aan. Moet ik echt voor oppassen.

Mijn manier van werken is veranderd omdat ik doordat ik toch de verantwoording voel voor mijn gezin en mijn medewerkers ik nog meer servicegericht denk en doe.

We hebben net de bankencrisis achter de rug, en dus niet veel vet meer op de botten, dus ik zou niet willen dat de coronacrisis ons de das om gaat doen.

Maar wat ik al schreef, ik moet heel voorzichtig zijn met mijn energie. Mar als de consument naar de winkel in de straat / op de hoek gaat willen ze daar wel wat voor terug.

 

Anneke de Vries

Minder is meer.

 



Als privépersoon:
Ik geniet van de rust en de stilte om mee heen, en van de lege straten. Ik geniet van de tijd die ik heb om te wandelen en te fietsen en in de tuin te rommelen, zelfs wekelijks mijn oude moeder uitgebreid te bezoeken op 1,5 meter, lekkere soepjes te maken en pannenkoeken te bakken, om mijn koormuziek te zingen en op mijn blokfluit te spelen. Met veel plezier ruim ik al die overtollige of verouderde boeken op, verkoop ik de kampeerspullen voor een habbekrats aan iemand die er hopelijk plezier aan gaat beleven, en leg ik overige ballast klaar om later naar de Milieustraat te brengen. Voor mij persoonlijk is het een heerlijke tijd. Minder is echt meer.

Als zorgprofessional:
Met pijn in het hart zie ik ernstig zieke patiënten naar de Intensive Care gebracht worden, artsen en verpleegkundigen zich bijna kapot werken om hen te verplegen en te behandelen, en het resultaat? Ondanks de gigantische inspanningen van mensen en apparatuur en gigantische kosten overleven velen het niet, en wie het wel overleeft heeft na de opname een loodzware weg te gaan. De kans dat men weer wordt zoals men was is heel klein. Wat is dan goede zorg? Moet je alles inzetten wat kan? Zijn we beter af met minder behandeling? Deze vragen moeten we serieus bespreken en dan ook niet bang zijn om eens een paar stappen terug te zetten. Ook hier zou minder heel goed meer kunnen zijn.

Ineke Roex

Het leven groots vieren in eenvoud en aandacht



 

Ineke Roex

Lid van de gemeenschap

Onderzoeker, 37 jaar, 2 kinderen (3 en 5jr)

 

 

 

Nu weet ik het echt (bijna) zeker: Het leven vier je in eenvoud en aandacht.

 

Soms verlang ik terug naar mijn kindertijd. Een tijd dat dagen oneindig lang duurden, iedereen thuis was en ik nog niet de mogelijkheden had om naar afspraken, cafés en festivals te gaan. Een leven dat je zonder telefoon en agenda leefde. Ik ging op avontuur in de achtertuin met een doek vastgebonden aan een stok, leunend op mijn schouder: dat was mijn knapzakje. Dat kind in mij ben ik lange tijd uit het oog verloren. Soms op een moment van geluk ervaar ik het heel even. Wanneer ik bevangen ben door de schoonheid van de ontwakende natuur of de onbevangen geest van mijn jonge kinderen. Ik denk dan dat God zich even laat zien, weliswaar in aardse gedaantes.

 

In de Coronatijd ervaarde ik veel vaker flarden van dit oude leven: Iedereen thuis. Geen volle agenda met afspraken en feesten. Een soberder leven weliswaar, maar veel intenser. Ondanks de slechte berichtgevingen kon ik genieten van de rust, de stilte, de eenvoud, het overzicht, wetende dat dit zeker niet voor iedereen gold. De Coronacrisis is voor velen een uitdaging of zelfs ramp. Mensen verliezen elkaar, hun investering, hun gezondheid etc. Maar dat is op zich niks nieuws. Armoede, ziekte en ellende is van alle tijden. Veel mensen in dit land kunnen een gelukkig leven lijden zonder zich druk te maken om dit alles. Ik heb dit moeten leren begrijpen.

 

Vanwege mijn beroep interviewde ik in 2013 jongens die op het punt stonden om deel te nemen aan de oorlog in Syrië of daar van terugkeerde. Ze hadden verschillende achtergronden maar 1 ding hadden ze gemeen: de oorlog in Syrië speelde een centrale rol in hun dagelijkse leven. In die tijd had ik moeite om mee te komen met mijn vrienden; de contrasten waren simpelweg te groot. Een vriendin deelde op Whatsapp foto’s van haar nieuwe loungeset voor haar pas gekochte huis. Dit stond dan naast berichten over slachtoffers van gifgasaanvallen. Ik werd, onterecht, boos op deze vriendin. Hoe kon ze blij zijn met haar geluk, wetende dat er mensen stierven? Ik heb hiervoor mijn excuses aangeboden. Het was denk ik onrechtvaardig. Ik heb geleerd dat mensen, soms zelfs wonend in dezelfde straat een compleet andere ervaring hebben van dit leven.

 

Ja, er is lijden. Ik wil niet onverschillig zijn voor dit lijden, maar ik wil het ook niet meer tot in detail weten. Ik wil wel graag bewust zijn van mijn eigen handelen en hoe ik hiermee een ander goed kan doen. Dat is de kern van mijn geloof in God. Het wordt concreet in de visie en levenswijze van Jezus. Het idee dat je God bereikt in de liefde: door jezelf te geven, jezelf te delen, net iets harder te lopen voor de ander, zorg te dragen voor al het leven, je bewust te zijn van alles dat je ‘zomaar’ krijgt. Niet onverschillig voor andermans ellende, maar wel gelukkig met alles dat je ontvangt, de ander zoveel mogelijk tegemoet komend met, zoals Jezus en ook Augustinus mij leren, dienstbaarheid en zachtmoedigheid. Elk handelen heeft Zin. Hoe dat precies moet, is een ingewikkeld spiritueel proces. De Coronacrisis heeft mij wel een beetje verder op weg geholpen.

 

De zorg voor mijn zieke oude vader en later zijn dood, had mijn leven als 30-er al enkele jaren geleden op een ander spoor gezet: ik ging beduidend minder vaak naar feestjes en afspraken. Dat was een keuze om het vol te houden. De ernstige ziekte van mijn jongste zoon een jaar later, maakte mijn leven nog soberder. Ik kon nu ook nagenoeg niet meer werken en was óf in het ziekenhuis óf thuis. Toen de Vastentijd officieel begon had ik het gevoel dat ik al maandenlang aan het vasten was.  Daar bovenop kwam de Coronacrisis. Vreemd genoeg maakte crisis, op crisis, op crisis mij steeds rustiger. Ik voelde veerkracht en troost. Ik was niet de enige meer die thuis zat en niks meer kon.

 

Geen verlaten straten meer overdag, maar iedereen in de weer met kinderen, tuin en buur. Ik had deze nabijheid heel erg gemist.  De verkeersgeluiden verstomden. De lucht werd helder. De nachten weer donker. De natuur bloeide op. Kinderen speelden weer op straat. Het voelde als thuiskomen. Ik kwam bij van de moderniteit. Ik voelde me weer dat kind met het knapzakje op avontuur in de achtertuin. In aandacht en eenvoud het leven vierend. Juist door deze crises is mijn leven een stuk eenvoudiger en rijker. Ik kan immers beter prioriteren: wat is echt belangrijk om te doen, wie is echt belangrijk om te bezoeken, wat heb ik echt nodig uit de winkel, kan ik zaken anders organiseren waardoor ik de planeet minder belast? 

 

Ik voel me steeds vaker dat kind met knapzakje. Ik word overladen met cadeaus. Als ik goed oplet, vallen ze met bakken uit de hemel.  

 

Alfred Sachs

Voltooid leven bij onvoltooide zorg?




Dr. Alfred P.E. Sachs, huisarts

Het Corona virus is nog steeds onder ons en de discussie over hulp bij zelfdoding bij ouderen met een “voltooid leven” gevoel lijkt geheel verdrongen door de ziekmakende en dodelijke sporen, dat dit virus achter zich laat. Een virus dat nauwelijks onderscheid maakt wiens long het binnengaat en onafhankelijk te werk gaat qua leeftijd, gezondheidstoestand of medische voorgeschiedenis van de betreffende. Elk virus, dus ook het Corona virus kan zich namelijk op het slijmvlies van elke long aanhechten en daarmee iemand besmetten, maar dit hoeft nog niet tot een infectie te leiden. Een virusinfectie zou kunnen worden gezien als een ruzie tussen twee partijen: het virus en de gastheer. Bij een gastheer met een normale of hoge afweer, kan het virus verliezen en bij een gastheer met een verminderde afweer kan het virus toeslaan.

Ongewild dwalen mijn gedachten nu af naar de maatschappij waarin wij leven. Een maatschappij waarin ouderen van 75 jaar en ouder leven met een doodswens zonder dat deze ernstig ziek zijn. Een maatschappij waarin 56% van deze ouderen eenzaam is, waarvan 81% piekert, 61% zich afgetakeld voelt, 36% geldproblemen heeft en 42% het gevoel heeft anderen tot last te zijn (Bron: Perspectief studie, 2019). De oorzaak van deze doodswens, gepaard gaand met bovengenoemde symptomen is ook een “virus”. Deze kan ook iedereen “infecteren” en menigeen onder ons heeft deze “infectie” bij zichzelf een keer meegemaakt of bij iemand uit de naaste omgeving waargenomen. Het heet het “Onverschilligheidsvirus”. Een virus dat veel meer mensen infecteert dan het Coronavirus omdat het zich bevindt in een samenleving dat met een zekere onverschilligheid genoemde percentages niet weet te verlagen.

Laat mij u meenemen naar een alledaagse praktijkdag in de zomer van 2018. Ik bracht een bezoek aan meneer Bakema, een sympathieke man die het onderwerp over “voltooid leven bij onvoltooide zorg” zo goed verwoordde …

 

‘Dokter, welkom in het voorportaal van de dood.’  Zo werd ik afgelopen jaar op een mooie zomermiddag in de maand juni begroet door een 86 jarige innemende patiënt van mij. Tot elf jaar geleden was hij nog actief in zijn eigen zaak. In een paar weken was zijn wereld veranderd tot een kamer met uitzicht op een keurig gemaaid grasveld van het verpleeghuis, omzoomd door van de zomerzon genietende hortensia’s.

Enigszins overrompeld door zijn begroeting, reageerde ik met de opmerking: ‘Meneer Bakema, wat moet ik doen zodat u mij voortaan met een andere zin begroet?’

Hierop antwoordde hij: ‘Een vrouw, als u mij een vrouw geeft dan is alles opgelost en ga ik er anders over denken’.

‘En dat vertelt u mij nu pas? Dat is voor ons huisartsen namelijk geen al te groot probleem. Maak het mij nu eens wat moelijker’, reageerde ik.

‘Nou, u moet mij niet verkeerd begrijpen, maar ik zoek iemand met wie ik een geestelijke intimiteit heb. Begrijpt u wat ik bedoel?’

‘Natuurlijk begrijp ik dat. Naar zo’n iemand zoeken we immers ons hele leven. Sommigen van ons is het gelukt, anderen dachten toch echt dat het gelukt was, en weer anderen blijven ernaar zoeken of geven het op. Maar voor ons allemaal geldt dat wij zo’n iemand hard nodig hebben. Zeker in de herfst van ons leven’, riposteerde ik.

 

De moraal van dit verhaal is dat ieder mens, niet alleen meneer Bakema, erkenning nodig heeft om invulling aan het leven te geven. Erkenning leidt namelijk tot zingeving. Het zou interessanter zijn ons niet slechts te verdiepen in de vraag of hulp bij zelfdoding bij mensen met een ”voltooid leven” gevoel bij wet gelegitimeerd dient te worden, maar welke ingrijpende gebeurtenissen gedurende iemands levensloop (bijv. verlies van partner, van kind, van werk, scheiding, financiële problemen) een hoge voorspellende waarde hebben op een “voltooid leven” gevoel later. Hier dient zich immers een mogelijkheid voor interventie van overheidswege aan.

De overheid, maar ook de samenleving, scheppen onvoldoende voorwaarden om erkenning en de daarmee verbonden zingeving, bij iedereen en met name ouderen, te verkrijgen.

 

Implementatie voor een “voltooide zorg”

Hoe kunnen we het aantal mensen met een “voltooid leven” gevoel dan doen afnemen? Dit kan op twee manieren: 1. wachten op initiatief van de overheid of samenleving, 2. of we creëren een “vaccin” tegen desinteresse. De ervaring heeft geleerd dat het leven veelal te kort blijkt te zijn om te kunnen profiteren van initiatieven vanuit de overheid of derden. Resteert het “geïnteresseerdheid vaccin”. Vaccineren impliceert iemand een uiterst kleine hoeveelheid van een niet ziekmakend virus toedienen, waarop deze reageert met het maken van afweerstoffen tegen het betreffende virus.

Als we nu nog eens opnieuw kijken naar bovengenoemde symptomen en percentages, dan is de vraag of u, terugkijkend op uw eigen leven, één of meer ervan bij uzelf herkent? Mogelijk bent u er zelf in zekere mate onder gebukt gegaan of heeft u er handvatten voor weten te vinden om het dragelijker te laten worden. Stel dat u deze vraag met een “ja” beantwoordt en vervolgens in iemand uit uw omgeving iets herkent dat u doet denken aan een periode uit uw eigen leven. U treedt dan in contact en luistert vervolgens met nog meer aandacht dan u normaal al doet. Dan komt er een moment dat u beiden zichzelf meer en meer herkent in de ander. Weet dan dat dit de sleutel is tot wederzijdse zingeving. U heeft aandacht gegeven aan iemand met een “voltooid leven” gevoel en u er niet van afgekeerd.

Waarom ik dit zo uitvoerig vertel? Het “geïnteresseerdheid vaccin” dat u zichzelf zojuist heeft toegediend blijkt namelijk, uit eigen ervaring, heel goed te werken en u aan te zetten tot vele nieuwe gesprekken. Het maakt u namelijk niet alleen in deze Corona periode, maar ook in al die jaren erna, immuun tegen uw eerdere indolente gevoelens!

Op weg naar een “onvoltooid leven” zou ik dit willen noemen …   

 

Hubert Hendriks

Coronavirus brengt artiest en publiek dichter bij elkaar.




 

Hubert Hendriks, cultureel ondernemer en uitvoerend musicus.
Hij is op het maatschappelijke vlak actief als bestuurder van diverse ondernemersfora, bij culturele instellingen en sociale organisaties.

 

Een wereld vol processen
De tijd van de grote zalen en events lijkt voorlopig voorbij. Het publiek is daarmee niet verdwenen want kleinschaliger optredens brengen publiek en artiest dichter bij elkaar. De grootschalige aanpak heeft een gevoelige klap gekregen en de artiest mag zich verheugen op een directer contact met het hooggeëerde publiek, een vernieuwend proces.

Door de idealistische denkrichting van de filosoof G.W.F. Hegel en zijn opvolgers is het algemeen gedachtengoed geworden dat wij voortdurend geconfronteerd worden met vernieuwende veranderingsprocessen. Deze processen verlopen trapsgewijs, veroorzaken schokken maar zijn gericht op een uiteindelijk betere wereld. De materialistische denkwijze van Adam Smith, Karl Marx en hun opvolgers hebben deze processen nader benoemd en wijzen op omwentelingen waarbij de economische kracht en macht van de mens naast de mogelijkheden en beperkingen van de natuur een rol spelen. Deze schokkende processen kunnen bestaan uit kleine omwentelingen maar tonen zich met name bij revoluties, oorlogen en pandemieën.

Geschiedenis van het culturele leven in vogelvlucht

In grote stappen ziet de ontwikkeling van het culturele leven er als volgt uit:
Vanuit kerkgebouwen verhuizen artiesten en hun culturele presentaties naar markthallen en pleinen. Welgestelde machthebbers bouwen schitterende zalen in hun paleizen en kastelen. De hierop volgende revoluties veroorzaken een omwenteling in het culturele leven.

Met de opkomst van de burgermaatschappij zien we zalen en faciliterende ruimtes ontstaan bij horecabedrijven. Deze zalen hebben een multifunctionele bestemming en zijn van groot belang binnen het culturele proces voor brede lagen van de bevolking. De gegoede klasse richt met particulier vermogen concertzalen en theaters op. Het opdrogen van particuliere investeringen en een verandering in het gedrag van bezoekers veroorzaken een omwenteling in het culturele leven.

In een voortgaand democratiseringsproces neemt de overheid een groot deel van het culturele leven onder zijn hoede. Theaters en concertzalen en hun bespelers worden afhankelijk van subsidiestromen. De multifunctionele zalen bij horecabedrijven verdwijnen of worden omgebouwd naar zelfstandige zalencentra gericht op het uitgaanscircuit. Directe betrokkenheid bij en initiatieven van publiek en het culturele leven staan steeds meer in de koelkast. Nieuwe wijzen van financiering leggen beslag op het culturele leven. Er ontstaat onvrede over het te voeren culturele overheidsbeleid en tomaten vliegen door de zalen.

Een nieuwe ontwikkeling en de corona schok

Cultureel ondernemerschap stort zich enerzijds op kleine zaaltjes in afgeschreven gebouwen en anderzijds op grootse tempels waarbinnen velerlei soorten culturele manifestaties mogelijk zijn. De bestaande theaters en concertzalen krijgen het moeilijk en kijken veelal smachtend naar de overheid. Daarnaast ontstaat een ongebonden event- en festivalwereld met grote aantallen bezoekers. Kortstondige verdienmodellen die zich richten op de culturele consument die het zich laat welgevallen om in drommen binnen een manifestatie achtige sfeer naar een ver podium te kijken. De natuur meldt zich met een virus en kondigt de vooravond aan van een omwenteling in het culturele leven. Het mogelijk aantal bezoekers per optreden decimeert.

Nieuwe kansen waarbij verdienmodellen veranderen.

Al met al heeft het dan weinig zin om ‘klagend over hoe het ooit was’ neerslachtig op een theaterstoel te gaan zitten. Het past bij de beroepsgroep om met nieuwe creativiteit vooruit te kijken en nieuwe kansen te zien of zelf te maken. Je ziet het al gebeuren her en der.

Mij lijkt het daarbij een goede zaak om te kijken naar de kern van het culturele leven: Creatievelingen zoeken naar partners die hen de gelegenheid geven hun presentaties voor het voetlicht te brengen om daarmee allebei een redelijke boterham te kunnen verdienen. Het contact tussen artiest en bezoeker krijgt een nieuwe meer persoonlijke dimensie. Directe betrokkenheid van publiek met het culturele leven begint een nieuwe fase. Facilitair ondernemers (horeca en zaalhouders) en cultureel ondernemers (artiesten en impresariaten) staan in mijn ogen samen voor een breed scala aan mogelijkheden. Grote verdienmodellen krijgen het bij deze omwenteling wellicht moeilijker ten faveure van een directere band tussen artiest en publiek.

René Grotenhuis

'Gerichte stappen om ons aan te passen aan een nieuwe toekomst.'






René Grotenhuis bekleedde leidinggevende functies bij uiteenlopende zorg- en ontwikkelingsorganisaties. Waaronder de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid waar hij algemeen directeur was.

Hij is onafhankelijk voorzitter van het VKMO (Verband van Katholieke Maatschappelijke Organisaties - Katholiek Netwerk)

Hij schreef meerdere boeken op het terrein van internationale samenwerking. In 2016 verscheen zijn boek ‘Van Macht ontdaan’ over de noodzakelijke afbraak van het oude kerkelijk instituut en een mogelijk nieuwe positionering van een grondig vernieuwde kerk in de samenleving. Onlangs, maart 2020, verscheen “Zout”. Hierin geeft hij aan dat het niet gaat om het aantal gelovigen, maar om de boodschap, die nog steeds de moeite waard is voor de samenleving.