Deze wereld omgekeerd

Deze wereld omgekeerd

Matteüs 20, 1-16

Het lijkt wel prinsjesdag in ons evangelie met daaraan aansluitend de algemene beschouwingen. De landheer trekt er met ‘het koffertje’ op uit en komt met de arbeiders overeen wat hij in hun werk zal investeren. ‘Ik geef je 1 denarie als dagloon.’ Als hij later steeds weer opnieuw mensen in dienst neemt zegt hij: ‘jouw loon zal rechtvaardig zijn’. Aan het eind van de dag komt de aap uit de mouw. De eersten, met wie 1 denarie voor de hele dag afgesproken was, zien nu dat zelfs degenen die pas ter elfder ure zijn komen werken ook 1 denarie uitbetaald krijgen. Daarom denken zij dat zij toch zeker meer zullen krijgen. En ze gaan, net als in de algemene beschouwingen, met de landheer dimdammen. Maar het loopt heel anders. In het koninkrijk van de hemel loopt het heel anders. En heeft de crisis ons niet laten zien dat het ook bij ons anders zou moeten lopen?

En als je dan nog ziet dat er nog veel meer gelijkenissen zijn: De dagloners, de zzp’ers van toen, die erop wachten dat zij ingehuurd worden. De onzekerheid of je werk houdt. De onzekerheid of je harde werken ertoe zal leiden dat je bedrijf overeind blijft. Maar ook de onzekerheid, zoals ik die zelf ook beleef en zoals velen van ons dat zullen herkennen, dat je plannen aan het maken bent, dat je dingen voorbereidt, dat je ideeën ontwikkelt, maar dat die dan vanwege corona niet door kunnen gaan of op een heel andere manier moeten plaatsvinden.

En dan komt er in ons evangelie ook nog de onzekerheid bij dat wat we als vanzelfsprekend zien, namelijk loon-naar-werken, ook niet meer zeker is. – Hoewel we dat eigenlijk wel kennen: de verpleegkundigen blijven maar steken op de afgesproken 1 denarie, terwijl er in sectoren die er echt niet toe doen het geld rolt in overvloed. – Een en al onzekerheid in ons evangelie. ‘Het is met het koninkrijk van de hemel’ vraagt van de mensen wel heel veel vertrouwen en volhouden.

‘Deze wereld omgekeerd’ hebben we net gezongen. Hoe zou het toch zijn als de laatsten de eersten zijn? Hoe zou het toch zijn als we zorgpersoneel, leraren, kunstenaars, vuilnismannen en iedereen die de samenleving echt draaiende houdt, als we die met vette bonussen zouden belonen? En hoe zou het zijn als we het werk wat voor de samenleving niet noodzakelijk is zouden afschepen met een modaal inkomen? Hoe zou het zijn als we het heel anders gingen doen? Als de maatstaf niet was hoeveel geld iemands werk opbrengt, maar hoeveel sociaal nut het oplevert? – Ik ben geen econoom, maar ik vermoed dat we er geen sneetje brood minder om zouden eten. In ieder geval zou dat een omwenteling zijn zoals die ook in onze gelijkenis plaatsvindt.

In ons evangelie maakt deze omwenteling de mensen net zo onzeker als wij vandaag de dag ons onzeker voelen door de omwentelingen die ons te wachten staan. – En toch, Jezus vertelt dat niet om ons bang te maken, nee, hij vertelt het om ons de hemel te laten zien. – Hierin lijkt ons evangelie ook op prinsjesdag, want de koning heeft ons in zijn troonrede vooral moed ingesproken. – ‘Het is met het koninkrijk van de hemel’, begint Jezus, en daar willen we met z’n allen toch juist naartoe. Daar is het ons toch juist om te doen. En zou je voor de hemel dan bang moeten zijn? ‘Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’ vraagt de landheer in de gelijkenis.

Je moet er toch niet aan denken dat het in de hemel er net zo aan toe gaat als we het hier gewend zijn. Waar we veel en veel meer over hebben voor KLM dan voor de vluchtelingen in Moria. Waar we net als de mensen in ons evangelie gevangen zitten in een oude manier van denken, waar we vastzitten in verhoudingen die ons geen goed doen. Nee, in de hemel gaat het er alsjeblieft toch anders aan toe. En terwijl we samen op weg gaan naar de hemel mag het toch ook bij ons anders worden?

En ja, we hebben er misschien geen erg in, maar ondertussen doen we het al wel anders: We doen boodschappen voor elkaar, we bellen elkaar, we houden elkaar vast, tussen alle beperkingen door vinden we nieuwe manieren van doen. – Ik zeg nu niet dat deze crisis ons dichter bij de hemel brengt. Maar in al deze dingen licht de hemel al wel degelijk op.

En terwijl deze tijd van onzekerheid veel van ons vraagt aan veerkracht en vertrouwen, zijn we al zonder dat we het doorhebben flink aan het oefenen. We oefenen om vertrouwen te hebben en om vol te houden. We oefenen om onzekerheid uit te houden en om veerkrachtig te zijn. – We oefenen al die dingen die de mensen in onze gelijkenis ook moeten oefenen. We oefenen allemaal dingen die je nodig hebt om op weg te gaan naar de hemel.

‘Het is met het koninkrijk van de hemel…’, daar doen we het voor. Laten we samen moedig en vol vertrouwen op weg gaan.

Ekkehard Muth, 20 september 2020