Coming out dag

Coming out dag

Genesis 32, 23-30

De bijbelverhalen zijn niet in de bijbel terecht gekomen omdat zij waar gebeurd zijn, maar ze zijn in de bijbel opgenomen omdat zij steeds weer opnieuw waar gebeuren.

Op het eerste gezicht is ons verhaal van aartsvader Jakob misschien een vreemd archaïsch verhaal. De nomadencultuur, waar de mensen samenleven in stammen en waar mannen meerdere vrouwen en bijvrouwen hebben, is ons intussen vreemd. Maar toen was dat de enige manier om voor voldoende nageslacht te kunnen zorgen, zodat het overleven van de stam veiliggesteld was. Maar voor de mensen van toen was dat de normaalste zaak van de wereld, zoals bij Jakob gebeurde het telkens weer opnieuw van generatie op generatie.

Maar dat is in ons verhaal wel het enige wat anders is dan in onze tijd. Wie een beetje thuis is in de outdoor-wereld, die weet dat je een rivier in de wildernis ’s ochtends vroeg moet oversteken, want overdag begint op de bergen de sneeuw te smelten en zwellen de rivieren weer aan. Dus nog steeds steek je een rivier over op dezelfde manier als Jakob, voor dag en dauw, nog in de nacht, voor dat de zon opkomt.

En dan: die mysterieuze worsteling. Opeens staat er: ‘en er worstelde iemand met hem’, gewoon plomp verloren zonder overgang. Maar die overgang is ook niet nodig, want het gebeurt steeds weer opnieuw tot op de dag van vandaag: de worsteling om verder te gaan op je weg, de worsteling om uit de nacht naar het licht te komen, de worsteling om te worden wie je bent.

Kinderen worstelen met hun ouders als die grenzen stellen, ouders worstelen met hun kinderen, wat kan ik nog wel toestaan en waar moet ik zeggen: tot hier en niet verder, doe ik wel het goede zodat mijn kind zich het beste kan ontwikkelen.
We worstelen met ons gedrag. De muren komen op je af, en toch blijf je binnen om je bijdrage te leveren aan het bestrijden van het virus. Natuurlijk houden we ons als kerkgemeenschap aan de maatregelen, ook al trekt dat een zware wissel op onze gemeenschap.
We worstelen ook als samenleving. Het oude blijkt niet meer te werken, we moeten naar de andere kant, maar het zal nog een hele worsteling worden om de goede wegen te vinden.

Bij dit alles gaat het om de voortdurende worsteling – met wie eigenlijk – Uiteindelijk is het ten diepste een worsteling met jezelf. Een worsteling met je eigen waarden, met hoe je het gewend bent, met je eigen ingesleten meningen en met wat je eigenlijk best comfortabel bent gaan vinden. Op het schilderij van Otto Dix op de voorkant van ons liturgieboekje en aan het begin van onze online viering lijkt deze ‘iemand’ met wie Jakob worstelt dan ook uit Jakob zelf te komen.

En vandaag, op coming-out-dag, staan we natuurlijk in het bijzonder stil bij de worsteling die het kost om uit de kast te komen. Sat een worsteling! Je worstelt met jezelf, ben ik dat wel? is dit mijn geaardheid? wil ik dat wel? kan ik met dit lichaam van me wel worden wie ik ben? vind ik wel een plek waar ik kan worden wie ik ben? zal ik kunnen liefhebben, zal ik liefde kunnen vinden?
En de omgeving worstelt ook, misschien niet eens met jou, maar met zichzelf: hoe kan ik een goede vader of moeder voor je zijn? kan ik het wel aan dat het anders is dan ik me had voorgesteld? lukt het me wel om niet weer terug te vallen in mijn oude vooroordelen? ben ik zelf wel geworden wie ik ben? hoe worden we met z’n allen wie we zijn? en wat vraagt dat niet allemaal van ons?

Maar Jakob houdt stand, niet zonder kleerscheuren, want zijn heup is ontwricht, maar toch. De ‘ander’ zegt daarom: ‘laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar worden wie je bent, dat doe je niet zonder de ander. Jakob zegt daarom: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ En dat is precies wat wij nodig hebben. Je kan natuurlijk helemaal zelf in je eentje je weg gaan. En soms zal dat ook nodig zijn, met alle pijn van dien. Maar je zal pas echt kunnen worden wie je bent als de ander jou zegent. En andersom zal je pas echt kunnen worden wie je bent als jij ook de ander zegent.

En Jakob krijgt de zegen, en als teken van die zegen krijgt hij zelfs een nieuwe naam. Tot nu toe heette hij Jakob, dat betekent ‘God beschermt’, maar, zegt de ander, voortaan zul je Israël heten – ‘met God gestreden’. Je worsteling is voltooid. Je transitie is compleet, je bent uit de kast gekomen, je overtocht is gelukt, voortaan mag je zijn wie je ten diepste bent. – Zo ‘zegende de ander hem daar.’
‘Zeg me toch hoe u heet’, vraagt Jakob. Zeg dan hoe je heet wanneer je elkaar zegent. Zeg dan hoe je heet wanneer je wordt wie je bent.

Ekkehard Muth, 11 oktober 2020