Als desem

Als desem

Matteüs 13, 31-35

Matteüs brengt zo’n beetje alle gelijkenissen bij elkaar die van Jezus bekend zijn. En dat doet hij, zoals hij zelf schrijft: zodat in vervulling gaat ‘wat gezegd is door de profeet: ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekend maken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’

‘Wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was’, misschien ligt daarin juist de kracht van de gelijkenissen, en ook de kracht van de gelijkenissen die we vandaag lezen, namelijk de gelijkenis van het mosterdzaadje en de gelijkenis van het zuurdesem. Misschien ligt de kracht daarin dat we voelen dat in ons iets wordt aangesproken wat ons al sinds de grondvesting van de wereld is meegegeven. Dat in ons iets aangeraakt wordt wat ons als zuurdesem doordesemt. Augustinus zegt het zo: ‘Draagt niet iedereen een diepte in zich, zo ondoorgrondelijk dat die zelfs voor hemzelf verborgen blijft?’

Zuurdesem maakt dat het deeg rijst, dat het brood luchtig wordt, dat het structuur en diepte krijgt. Zonder desem wordt het brood plat, keihard en onverteerbaar. Net als dat kleine mosterdzaadje een grote plant voortbrengt, die zover in de hemel reikt dat de vogels in kunnen nestelen, zo kan je met een beetje zuurdesem wel ‘drie zakken meel doordesemen.’

Zuurdesem krijg je door elke keer een beetje van het doordesemde deeg apart te houden en het te laten verzuren, dat wordt dan weer zuurdesem voor de volgende keer. En als je andersom redeneert, dan zit in het brood wat je met zuurdesem bakt altijd ook een stukje van het vorige brood. En zo gaat het terug tot het allereerste brood van de grondvesting van de wereld.

Wat ons doen en laten en ons hele zijn doordesemt, we noemen dat vaak ‘geloof’. Maar dan niet geloof in de zin van de kerkelijke leer of van de regeltjes. Maar ‘geloof’ in veel bredere zin: het besef dat we sinds de grondvesting van de wereld verbonden zijn met God. Een diep van binnen weten dat we niet alleen gestuurd worden door de platte en keiharde realiteit, maar dat ons leven gedragen wordt door een heel andere diepte en structuur.

Misschien durf je bijvoorbeeld niet zo goed naar de supermarkt, maar er moeten toch heel plat gezegd boodschappen in huis komen. Gelukkig kan je die dan laten thuisbezorgen. Maar als de buren voor jou boodschappen doen, dan voelt dat als zuurdesem, dan krijgt het hele boodschappengebeuren veelmeer diepte.

En als je ziek bent, dan kom je in de molen van het ziekenhuis. Je wordt onderzocht, er komen foto’s, scans, en vervolgens krijg je behandelingen. En als het tegenzit dan zijn de therapieën keihard, plat en onverteerbaar. En wat veer je dan op, als er mensen zijn die je niet als patiënt zien, maar als degene die je bent. Wanneer je momenten kunt pakken waar je weliswaar de ziekte hébt, maar waar je niet de ziekte bént. Wanneer je ondanks alle ellende toch kwaliteit van leven kunt ervaren. Dan rijs je op, om maar in de beeldspraak te blijven, en wordt jouw anders zo platte en onverteerbare leven toch een lekker luchtig brood.

Of wat te zeggen van het zuurdesem in ons van dat we eigenlijk al lang weten dat het grote geld naar de verpleegkundigen moet en niet naar fossiele bedrijven. Het zuurdesem dat je in het onderwijs niet alleen moet kijken naar de slagingspercentages, maar naar de talenten die je kunt helpen ontwikkelen. Het zuurdesem van dat niet de platte, keiharde marktwerking onze samenleving kan dragen, maar dat we zuurdesem nodig hebben van een dieper verhaal dat ons draagt. Namelijk dat ieder mens verbonden is met God. – En voor wie dat te christelijk of kerkelijk is, zeg ik het maar met Augustinus: ‘Draagt niet iedereen een diepte in zich, zo ondoorgrondelijk dat die zelfs voor hemzelf verborgen blijft?’ –

Dat je dus een dimensie hebt die het platte, keiharde stoffelijke overstijgt. Dat je bent als het mosterdzaadje, misschien piepklein, maar met je takken reik je tot in de hemel.

Laten we het zuurdesem in onszelf werken. Dat we ons laten bepalen door wat er sinds de grondvesting van de wereld aan ons meegegeven is. Dat we zo zuurdesem voor elkaar mogen zijn. Dat we elkaar helpen om te rijzen, om diepte en smaak te krijgen. Dat kan in het klein, maar wie weet  ook in het groot, immers met een beetje zuurdesem kan je wel drie zakken meel doordesemen.

Ekkehard Muth, 19 juli 2020