God licht op in mensen

God licht op in mensen

Matteüs 22, 15-21

Op het schilderij van de vlaming Otto van Veen kijkt Jezus een beetje verveeld naar de munt met daarop de afbeelding van de keizer. Met een wegwerpend gebaar geeft hij de munt terug, het interesseert hem niet. Hij kijkt er amper naar. En hij kijkt al helemaal niet naar die farizeeër die met zijn vinger naar de Schrift wijst. Ook die interesseert hem niet, hij vindt het gemuggenzift van de farizeeërs verspilde energie, het verveelt hem. En laconiek zegt hij ‘geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’

Het is een beetje het handicap van de drie godsdiensten van het boek. Het jodendom, de islaam en het christendom beroepen zich alle drie op hun heilige geschriften. En als de letters eenmaal zwart op wit op papier staan, dan denken we al gauw dat je ze letterlijk moet nemen. En voor dat je er erg in hebt handel je weliswaar naar de letter maar niet meer naar de geest van de Schrift.

We hebben dat twee weken geleden gezien toen de vertegenwoordigers van alle godsdiensten in Nederland en minister Grapperhaus een overeenkomst ondertekenden, waarin zij hun achterban opriepen om met niet meer dan 30 personen bij elkaar te komen. Maar vervolgens ontdekten de orthodoxe broeders dat zij zich er toch niet aan hoefden te houden, want de overeenkomst was weliswaar ondertekend door de minister, maar het was geen officieel document van de overheid. – Dat is dus farizeeër-gedrag, je handelt naar de letter maar niet naar de geest. En daarmee verkwansel je je toebehoren aan God. – Gelukkig hebben ook de orthodoxe kerken intussen gezien dat ook zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen. En van de week zijn de kerken en alle godsdiensten met Grapperhaus overeengekomen dat zij, dat wij natuurlijk ten volle meewerken aan het bestrijden van het virus.

Het is namelijk geen kwestie van God óf de keizer, nee het is ‘samen’.

Jezus raakt er een beetje verveeld van. De farizeeërs vragen: ‘is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ Met andere woorden: als je aan de keizer belasting betaalt, verloochen je dan niet het koninkrijk van God? – Als je zo redeneert, dan maak je van het koninkrijk van God een wereldlijke organisatie. Dan wordt het een koninkrijk van God naar de letter, maar niet naar de geest.
Nee, door belasting te betalen aan de keizer verloochen je God niet, maar je verloochent God wel wanneer je toebehoren aan God voor jou van dezelfde orde is als belasting betalen aan de keizer. Wanneer je toebehoren aan God voor jou niet meer is dan de munt die Jezus achteloos weggeeft, dan doe je God pas echt tekort. En dan doe je ook jezelf tekort. – Het is eigenlijk schokkend dat de farizeeërs, de grote schriftgeleerden, niet meer in hun mars hebben dan dit. In plaats van te zien dat de mensen aan God toebehoren, komen ze niet verder dan God en de mensen zolang in het keurslijf van wetten en regels te persen totdat ze in het vakje van een belastingformulier passen.
Het belastinggeld kan Jezus echt niet boeien, ’geef dan wat van de keizer is aan de keizer’. Maar waar het hem wel om gaat, dat is dat jij aan God toebehoort; ‘en geef dan aan God wat God toebehoort.’ – Die farizeeër op het schilderij lijkt dit te begrijpen. Zijn vinger wijst weliswaar nog op de Schrift, maar zijn ogen zien al iets anders. –

Het is net als in onze coronacrisis, het gaat niet om de regels, het gaat er niet om of je je nog net wel aan de regels houdt of net niet. Nee het gaat erom hoe wij samen zoveel mogelijk het virus kunnen bestrijden. En zo gat het er niet om of je je nog net wel aan de Schrift houdt of net niet. Maar het gaat erom hoe wij samen uit de verf kunnen laten komen dat we aan God toebehoren. ‘God licht op in mensen’ zegt Augustinus. Hoe kunnen we dit licht laten schijnen, en hoe kunnen we ervoor zorgen dat de ander weer gaat stralen?

Op dit moment wordt dat misschien heel concreet in hoe we elkaar door de crisis helpen. Misschien doe je boodschappen voor je buren, of vind je het andersom hartverwarmend wanneer de buren de boodschappen voor je deur neerzetten. Dan voel je misschien iets oplichten van dat jullie aan God toebehoren. Dat wij aan God toebehoren, dat maakt ook dat je misschien maar even niet naar dat feestje gaat, of dat we als kerkgemeenschap elkaar zoveel mogelijk proberen te beschermen door elkaar niet lijfelijk te ontmoeten, maar door andere wegen te vinden om naar elkaar om te zien. Dat we aan God toebehoren houdt ook in, dat dat niet alleen geldt voor Henk en Ingrid, maar ook voor Mohammed en Fatima. En hoe kunnen we laten zien dat ook de vluchtelingen aan God toebehoren, en dat we ze daarom niet onder erbarmelijke omstandigheden in Griekenland moeten laten verpieteren.

In plaats van te vragen: ’is het toegestaan de keizer belasting te betalen?’, hadden de farizeeërs beter kunnen vragen: hoe kunnen we waar maken dat we aan God toebehoren? – Geven we aan God wat God toebehoort. Jij behoort toe aan God. Laten we er samen voor gaan.

Ekkehard Muth, 18 oktober 2020